Wachten op de hemel?

Moeten we wachten op de hemel, of kan de hemel ook op aarde komen?

Iemand stelde een vraag

Wie de vraagstelling goed op zich laat inwerken, zal inzien dat het goed is, eerst de begrippen ‘hemel’ en ‘aarde’ te definiëren. In de vraag is het begrip ‘aarde’ van een andere categorie dan het begrip ‘hemel’. Als we het hebben over de aarde, dan bedoelen we de planeet waar we met z’n allen op leven; de daarbij behorende hemel is dan het heelal er om heen. ‘Aan’ de hemel staan de sterren en bevinden zich de andere planeten van ons zonnestelsel. Maar dat is niet de ‘hemel’ waar het in de vraagstelling over gaat. Met deze ‘hemel’ bedoelt de vraagsteller de omgeving waar God en de engelen zich bevinden. Dat hij (of zij, natuurlijk) zich daarbij wel of niet een fysieke realiteit bij voorstelt, doet niet ter zake. Punt is dat we de ‘hemel’ met onze natuurlijke ogen niet kunnen zien. Ondanks dat een Russische astronaut daar ooit anders over dacht. 

In eerste instantie definieer ik ‘hemel’ als ’het hemelse Jeruzalem’, waar het boek Openbaring over spreekt. Dan wordt het voor mij in één keer duidelijk, dat, zolang ik als gelovige in het ‘vlees verblijf’ en dus nog niet ben gestorven, het hemelse Jeruzalem tot aan de dood ‘naderende blijft’ (Heb.12:22). Pas als ik mijn aardse tent afleg, neem ik in die stad volledig mijn intrek. Vandaar dat Openbaring altijd spreekt over het hemelse Jeruzalem dat ‘nederdalende’ is (dus ‘onderweg’).

Voor de gelovige die nog op aarde leeft, geldt echter dat deze door de Geest al intrek heeft genomen; het vlees belemmert de volledige toegang. De Bijbel spreekt echter nooit concreet in verstandelijke termen over de hemel, want het gaat het verstand te boven (2 Cor.12:4). Wat we op aarde (lees: in het vlees zijnde) wel kunnen zien en bespreken, is dat er ‘iets’ aankomt wat alle verstand te boven gaat: “Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.” (1 Cor. 2:9)

Dat schept hoop en bouwt het geloof. Het is die hoop en dat geloof wat door andere mensen wordt gezien. Daardoor wordt hun interesse gewekt, want je bezit blijkbaar iets essentieels dat zij niet hebben. Door die hoop krijgt het leven glans voor hen die geen hoop hebben: dit is die geur die óf ten leven óf te dode is. Daarom is de ware gelovige nog op aarde (in het vlees) om, in het dagelijkse leven en in directe contacten, het Leven te tonen, dat reeds overvloedig in hen aanwezig is.

Hierboven gaf ik aan, dat we de ‘hemel’ in beginsel kunnen aanduiden als het hemelse Jeruzalem. De vraag is daarom: wat is de hemel dan uiteindelijk? Voor het hemelse Jeruzalem geldt in principe hetzelfde als voor de hof in Eden; ze bestaan beiden omdat er nog een separate wereld bestaat: de natuurlijke oftewel zichtbare wereld, waar nog krachten aanwezig zijn, die in de ‘echte’ hemel verdwenen zijn. Er is nog een onderscheid tussen de onzichtbare (geestelijke) en de zichtbare (natuurlijke) wereld. 

Toen God de hemel en aarde schiep, plantte Hij een Hof in Eden, in het Oosten. Die staat op dat moment symbool voor de plaats waar God met de mens kon wandelen. De omtuining van de hof was niet bedoeld om de hof te beschermen, maar om de intieme relatie tussen de mens en zijn Schepper te illustreren. God had als het ware een plekje apart gezet, waar ze echt samen konden zijn. De hof was echter in geheel een onderdeel van de zichtbare of natuurlijke wereld. Kort door de bocht: de hof was het gevolg van de aanwezigheid van God in het leven van de eerste mens. Toen de mens overtrad, raakte de relatie met God beschadigd en wel onherstelbaar, menselijk gesproken; de hof in Eden was niet meer toegankelijk, want de aanwezigheid van God werd niet meer door de mens ervaren.

Ten gevolge van de komst van Jezus werd de hof in Eden in ere hersteld en kon de wedergeboren mens daar weer intrekken. Echter die hof in Eden heet nu niet meer zo, maar wordt het hemelse Jeruzalem genoemd. Maar omdat nog niet iedereen die God heeft voorbestemd, z’n intrek in het hemelse Jeruzalem heeft genomen, is het nog ‘komende’ of ‘nederdalende’. Zodra echter de laatste gelovige, in is gegaan (je hoeft daarvoor niet te sterven!), wordt het hemelse Jeruzalem op aarde zichtbaar. Dat de zichtbare of natuurlijke wereld hiervoor eerst een metamorfose ondergaat (of zoals Petrus zegt: “de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten.” (2 Petrus 3:12), is wel duidelijk. Immers, het hemelse Jeruzalem is van een totaal ander karakter dan onze huidige aarde.

De hemel en de aarde zijn nu nog van elkaar gescheiden, maar op het moment dat die “elementen brandende zullen wegsmelten”, blijft uiteindelijk een schepping over, waar de zichtbare wereld volkomen in de geestelijke (de nu nog voor natuurlijke ogen, onzichtbare realiteit) is opgegaan. Vandaar dat er ná de periode waar het over gaat in het boek Openbaring geen sprake is van de zee (de onzichtbare, aardse wereld) en ook geen sprake meer is van een zon die schijnt: God zelf is het Levenslicht voor alles dat leeft.

Die scheiding tussen de zichtbare en onzichtbare realiteit blijft bestaan, totdat de zonde volledig is overwonnen. De zonde hoort bij de natuurlijke wereld. Dat geldt ook voor verzoeking en verleiding. De zonde is het resultaat van een hart (van een mens) dat ingaat op verleiding. De volledige overwinning op de zonde is echter ‘onderweg’. Net zoals het ‘hemelse Jeruzalem’ onderweg is. Jezus Christus heeft als eerste de zonde volkomen overwonnen; het hemelse Jeruzalem bestaat uit gelovigen, die in Christus zijn. En voor de gelovigen op aarde (in het vlees) geldt dat ze zich naar de geest reeds in die stad bevinden, maar dat ze, vanuit het vlees gezien, komende is. De gelovige, die nog steeds leeft op aarde, zouden we dus kunnen zien als een soort tweeslachtig wezen: hij leeft naar de uiterlijke mens op aarde, in het vlees; hij leeft naar de innerlijke mens in de hemel, in de geest.

Dat alles brengt me weer terug op de vraag: Moeten we wachten op de hemel, of kan de hemel ook op aarde komen? Let er overigens op, dat de vraag in feite bestaat uit twee vragen; achter het woordje ‘of’ volgt geen tegenstelling. Eerst beantwoord ik de tweede vraag: “Kan de hemel op aarde komen?” Het antwoord daarop is: wel degelijk. Hierboven heb ik toegelicht hoe dat in z’n werk gaat. Het antwoord op de eerste vraag: “Moeten we wachten op de hemel?“ is eveneens ja, terwijl voor de gelovigen, die tijdens hun aardse leven hun intrek genomen hebben in het Lichaam van Christus, de hemelse Gemeente, geldt dat ze zich naar de inwendige mens reeds in het Koninkrijk van God bevinden. We zouden het Koninkrijk van God op dit moment kunnen zien als een voorpost van het hemelse Jeruzalem, dat ‘nederdalende is’. Gelovigen die zijn gestorven, bevinden zich helemaal in dat hemelse Jeruzalem, want ze hebben geen natuurlijk lichaam meer dat hen aan de natuurlijke wereld bindt.

Rest nog op te merken, dat wanneer de hemelse stad op aarde ‘zichtbaar’ wordt, het onderscheid tussen de natuurlijke en geestelijke wereld verdwenen zal zijn. Naar dat moment kunnen we hoopvol uitzien, terwijl we op dit moment binnen het Koninkrijk van God al van de hemel mogen proeven.

Jezus Christus heerst in Gods Koninkrijk

“… Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”.

Matthew 24:13-14 (NBG1951)

Abonneren?

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

u

Heeft u een vraag...

en/of een opmerking?

...neem dan contact op.

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken