Verblinding en de god van deze eeuw

Iemand stelde de vraag: “Kan het bestaan van God worden bewezen?

Iemand schreef als antwoord op deze vraag onder andere: „Tuurlijk kan dat. Maar dat is iets wat alleen die god, welke god dan ook, zelf kan doen, door een signaal te geven dat niet te missen is door iedereen.“ Degene die dit antwoord gaf (ze schreef nog veel meer, maar daar ga ik nu niet op in), noemt zichzelf een ‘Ferm atheïst’.

Wat mij echter aansprak, is dat ze schreef dat „het bewijs van het bestaan van een god enkel maar geleverd kan worden door die god zelf“. Daarin heeft ze gelijk. Want onze God, de Schepper van hemel en aarde en van alles dat leeft, heeft inderdaad een teken gegeven, dat door niemand te missen is. Het is een objectief teken: de komst van Jezus Christus. Geen redelijk mens op deze wereld zal het feit kunnen ontkennen, dat er op enig moment in de geschiedenis van de mensheid, een mens op deze wereld heeft rondgelopen die van zichzelf zei: „Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien“. 

Het bestaan van God wordt bewezen in Jezus Christus. Het is echter een bewijs dat sommigen wel – maar anderen niet zien. Het bewijs dat Jezus het bestaan van God aantoont, is dus subjectief en zal door, met name, ongelovigen niet worden aanvaard. Dat heeft weer te maken met de hartsgesteldheid van de mensen die met het Evangelie van Christus bekend worden gemaakt. 

De God, Die zelf een ontoegankelijk licht bewoont, heeft het behaagd met Zijn ganse volheid in Hem woning te maken. Jezus is de van God aan de mensheid geopenbaarde mens, waarvan sprake is in het eerste hoofdstuk van het boek Genesis, zodat van Jezus Zelf gezegd wordt: „Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.

De komst van Jezus Christus is de meest ultieme uiting van Gods liefde voor zijn schepping: „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.“ De wereld waarvan in deze tekst sprake is, is niet de aarde in het algemeen, maar de omgeving waarin de mens haar bestaan heeft. God heeft dus Jezus in de wereld (van de mensen) gezonden, omdat de wereld (van de mensen) door Hem behouden wordt. 

God heeft dus letterlijk een objectief teken in de wereld van de mensen gegeven dat door elk mens, in verleden, heden en toekomst, werd, wordt en zal worden gezien. Het teken toont twee zaken. Ten eerste dat God bestaat en dat Hij begaan is met de situatie waarin de wereld zich bevindt. Die toestand noemt de Bijbel vergankelijk. Iets dat vergankelijk is, is eindig. Op een bepaald moment is het afgelopen. Die werking, het aftakelen van de wereld van de mensen, is vandaag de dag goed zichtbaar. Het lijkt er op, dat de mens, voor wat betreft het beschadigen van zijn leefwereld, in een stroomversnelling is geraakt. 

Maar hoe kan dat? De komst van Jezus ligt in tijd gerekend al tweeduizend jaar achter ons. De mensen die het in de wereld voor het zeggen hebben, weten al heel lang dat Jezus is gekomen. Hebben ze Hem dan niet herkend? Of weten ze niet Wie Jezus Christus is? Deugt de boodschap dan wel? Jawel, maar velen ‘geloven’ niet dat Jezus het antwoord is dat God heeft gegeven, opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Vandaar de de Bijbel zegt, dat Jezus ook het oordeel is. Het gaat er namelijk niet alleen om, dat God een teken geeft, maar ook om de mens, die dat teken zal moeten geloven. En dat doet niet iedereen.

De apostel Paulus zegt in de tweede brief aan de Korintiërs (hoofdstuk 4 vers 3 t/m 6: „Maar in het geval dat ons Evangelie nog bedekt is, dan is het bedekt in hen die verloren gaan.“ Het Evangelie waar het hier om gaat, is het evangelie van de komst van Jezus, oftewel de openbaring van de Zoon van God als de Weg, de Waarheid en het Leven. Dat Evangelie kan echter bedekt zijn. En degenen voor wie het bedekt is, zijn degenen die verloren gaan. De vraag is echter: gaan deze mensen verloren omdat het Evangelie voor hen bedekt (verborgen) is? Of is het Evangelie bedekt, omdat ze verloren gaan? Het blijkt het laatste te zijn: omdat deze mensen verloren gaan, kunnen ze het Evangelie niet zien (herkennen) en is het bedekt. Degenen die verloren gaan herkennen het teken van de Christus niet en zullen het dan ook ontkennen. Maar dan is de vraag: Zijn deze mensen dan gedoemd om verloren te gaan? Heeft God dan van te voren bepaald welke personen het Evangelie zien, herkennen en aannemen? Dat is echter óók niet het geval.

Paulus vervolgt: „Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind…“. De god van deze eeuw is in feite de geest van de anti-christ. De anti-christ zegt dat de mens Christus niet nodig heeft om tot het doel te komen. Het doel van de verloren mens is zelfverwerkelijking. Daar streeft hij naar. En hij accepteert niet dat juist Christus is gekomen opdat de mens tot Gods doel kan komen. Het doel van God en dat van de verloren mens staat tegenover elkaar: Bij God gaat het altijd om die ander en bij de verloren mens gaat het altijd om zichzelf. 

Het Evangelie van Jezus Christus is voor de mens die van mening is dat hij heel goed voor zichzelf kan zorgen niet interssant. Bij het Evangelie van Christus gaat het juist om overgave aan Christus als Heer en Heiland. De mens die slechts zichzelf als enige maat en norm beoordeelt, zal zich dus, zolang zijn wil gericht is op het doen wat hij ‘goed vindt in eigen oog’, nooit willen overgeven aan Christus. Het zijn de gedachten van deze mens, die „de god van deze eeuw“ verblindt. Hieruit volgt dus dat de mens zelf kiest voor z’n bestemming. Het is deze keuze, die „de god van deze eeuw“ in staalt stelt, van deze verloren mens de blik te verduisteren. De verlorenheid treedt dan ook direct op, op het moment dat hij nee zegt tegen het aanbod van de Zoon. Hij zegt nee, omdat het aanbod hem niet interesseert en gaat daarom verloren. Pas daarna komt de god van deze eeuw en verblindt hem de ogen. Hij vindt dat echter in het geheel niet erg, want hij wil toch niet voor Christus kiezen en vindt hetgeen . Daarom vervolgt Paulus: „opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.

De prediking van het Koninkrijk van God, dat met de komst van Jezus binnen het bereik is gekomen van ieder mens, heeft betrekking op Jezus Christus als Heer. In dat Koninkrijk heeft Christus het voor het zeggen en niet de mens. Het Koninkrijk bestaat dat ook uit gelovigen, die hun vertrouwen geheel op Jezus stellen en niet op zichzelf vertrouwen. Paulus zegt dan ook: „Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Heere, en onszelf als uw dienstknechten om Jezus’ wil.“ Daarom is dit Evangelie voor de verloren mens, een dwaasheid en heeft hij absoluut geen behoefte om er op in te gaan. Degenen die nee zeggen worden verblindt voor dit Koninkrijk en zeggen dus ook geen Heer (en Koning) tegen Jezus. Degenen echter die Jezus aanvaarden als hun Heer mogen het Koninkrijk ingaan en worden door God in hun keuze bevestigd: „Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.“ Het licht dat scheen in de duisternis, schijnt voor allen; ook voor de ongelovigen. Voor alle mensen. Echter, het licht dat de heerlijkheid van God laat zien (en dus ook de zekerheid dat Hij bestaat) in het aangezicht van Jezus Christus (die als Zoon van God, de heerlijkheid van God weerspiegelt), is enkel maar zichtbaar voor hen die Hem hebben aangenomen. De anderen zien die heerlijkheid in het aangezicht van Jezus niet. Voor hen is Hij een gewoon mens, hooguit een leraar of een goeroe, maar niet Degene die de heerlijkheid van God aan het hart (de inwendige en geestelijke mens) van de gelovige toont.

Om die reden kan het bestaan van God, maar ook de heerlijkheid van God in de Zoon, nooit aan een ongelovige bewezen worden; zijn gedachten zijn verduisterd. En, menselijk gesproken, kan niemand deze duisternis nog verwijderen. Het verloren gaan (vers 3) heeft dan ook geen betrekking op een gebeurtenis, die pas na het lichamelijke sterven plaatsvindt, maar om de handel en wandel van de mens tijdens zijn natuurlijke leven. Hij is geestelijk dood, maar laat ook niet Degene toe die hem, in zijn geest, tot leven kan verwekken. Is er dan voor deze mens, die verloren aan het gaan is, geen hoop meer? Nee, zolang die mens blijft volharden in z’n verloren-gaan, zal de hoop die gelovigen kennen, voor hem geen hoop zijn en blijft hij dus uit vrije wil in de duisternis steken, die hem intussen dierbaar is geworden. 

Als deze mens echter tot het inzicht komt (en dat geldt voor iedereen die ‘verloren gaat’) dat het vertrouwen op zichzelf uiteindelijk een vorm van misleiding is, die door de god van deze eeuw in staat wordt gehouden, komt de keuze voor Jezus weer binnen bereik. Zolang de mens op deze aarde leeft, is hij in staat om voor Jezus te kiezen. Maar dat zal hij slechts doen, wanneer hij beseft, dat hij faalt aan het leven zelf. Degene die het aanbod van de Zoon aanvaardt, zal eerst moeten erkennen, dat hijzelf niet in staat is het leven te leiden waartoe de Schepper hem heeft geschapen. Dit besef is niet te benoemen of te beredeneren, maar ontstaat in z’n hart wanneer hij óók bereid is het over te geven. Hij geeft z’n verzet op. Zijn keuze is dan ook niet het gevolg van het inzicht, dat hij bij God iets beters vindt, maar van het inzicht dat hij het zelf niet redt. De mens bekeert zich met lege handen en niet met een tegoedbon.

En als deze mens dan Jezus aanneemt of liever gezegd: zich aan Hem overgeeft, zal de verduistering uit het hart van die mens worden verwijderd; de god van deze eeuw verliest z’n bestaansgrond. Deze bekering zal tot gevolg hebben, dat het hart van deze nieuw geboren mens, zal worden verlicht met „het Evangelie van de heerlijkheid van Christus“ en zal hij, net als die andere geestelijke gelovigen: „het beeld van God in het aangezicht van Christus“ kunnen zien.

Dus, ondanks dat een mens in het denken verduisterd is en z’n hele leven ‘verloren kan gaan’, blijft er hoop op het vinden van het ware leven, dat in Christus is – en wordt geopenbaard. Zelf beseft hij dat echter niet; wanneer hij aan het einde komt van z’n eigen latijn komt (en dat kan vroeger of later zijn), kan de bereidheid ontstaan, ‘op te staan en naar het huis van God de Vader te gaan, al weet hij niet of hij daar geaccepteerd zal worden’. Maar, in tegenstelling tot degenen die nooit opstaan en op weg gaan, weten wij, gelovigen, hoe het verhaal dan verder gaat.

Q

Neem contact op met de beheerder

U kunt onderstaand formulier gebruiken voor uw vraag, opmerking, correctie of aanvulling. Als uw bericht een specifiek artikel betreft, vergeet dit dan niet te vermelden. Indien u persoonlijk antwoord wilt ontvangen, geeft u dan u e-mailadres op. Uw bericht wordt dan niet op de website behandeld.
NB: Uw e-mailadres wordt niet door mij bewaard en ALLEEN gebruikt als u een persoonlijk antwoord wenst. Uw vraag/opmerking komt alleen bij mij terecht.

Neem contact met me op

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken