De gedachte dat de mensheid een collectieve schuld draagt is in het traditioneel christelijke denken fundamenteel. Voor mezelf stelde ik, ten eerste, echter de vraag waar die schuld vandaan komt – hoe is deze ontstaan – en, ten tweede, is er eigenlijk wel sprake is van een schuld? Met andere woorden: is de schuldvraag niet weer opnieuw ontstaan in een door de duisternis misleid denken? Immers, je schuldig voelen, impliceert niet persé dat je ook schuldig bent. De kernvraag is dus tweeledig: draagt de mensheid een collectieve schuld en hoe is die ontstaan en, aanvullend, ten opzichte van wie is de mens schuldig?

Je zou kunnen zeggen dat een schuld negatief loon is. Vandaar dat men zegt dat schuld een verdienste is. In de Bijbel heeft het vaak te maken met een lening die moet worden terugbetaald. Degene die iets heeft geleend, is (moreel of letterlijk) verplicht het geleende, al dan niet met rente, weer terug te betalen. Daarom gebruik ik vaak de uitdrukking ‘geleend kapitaal’, want die is bij elk mens van toepassing. Een mens komt naakt op de wereld. Je zou dus kunnen zeggen, dat alles wat deze mens vervolgens ter beschikking krijgt, dat geleende kapitaal betreft.

Nu is de vraag of Degene die de mens alles ter beschikking stelt (God de Schepper, dus) dat geleende kapitaal weer terug wil hebben, al dan niet met rente. Het punt is echter, dat geen mens bij zijn geboorte vráágt om dat kapitaal. Zelfs het feit dat hij als mens ter wereld komt, is geen verdienste van hemzelf en zou je dus kunnen zien als een onderdeel van dat geleende kapitaal. Er is formeel geen contract of overeenkomst en er kan dus ook door Degene die het kapitaal ter beschikking stelt, geen recht aan worden ontleend, het geleende terug te vorderen. Aan de andere kant kan geen mens formeel aanspraak maken op het kapitaal alsof het van hem is, want aan het eind van zijn leven, levert hij alles weer in. Dat onderweg het geleende is opgemaakt of beschadigt is geraakt, doet in feite niet ter zake. Elk mens kan zijn, door God gegeven, leven zo leiden als hij dat wil en er is in feite niemand die hem daarvoor ter verantwoording roept of zelfs kan roepen.

Het zal niemand verbazen, dat ik op mijn zoektocht op het Web „Wat is de mens God schuldig?“ geen enkel artikel heb gevonden die de hierboven gedachte ondersteunt; iedereen die er (in relatie tot de zoekvraag) iets over wil zeggen, gaat er van uit dat de mens wel degelijk een collectieve schuld draagt ten opzichte van God. Die schuld is zelfs het fundament waarop het christelijk religieuze bolwerk (van dogma’s) is gebaseerd; Het is de reden voor de komst van Jezus; het is de grond voor het kruis; en dat kruis is weer de basis voor het opheffen van de schuld, omdat daardoor de vergeving van alle overtredingen door God, mogelijk is gemaakt. Immers, God kón de mens niet vergeven, omdat (nog) niet aan de schuldeis was voldaan. 

De traditionele kijk

In dit artikel wil ik de traditionele kijk op de vermeende schuld, die de mens heeft voor God, bespreken aan de hand van een recensie van het boekje „Vergeven, dat gaat zomaar niet“. De recensie genoemd: „Schuldig tegenover God? Hoezo …?“ (PDF) vindt u hier. Ongetwijfeld is er veel meer over geschreven, maar in algemeen komen de meningen allemaal op hetzelfde neer: „De mens is schuldig voor God of hij dat nu inziet of niet. En die schuld kan enkel maar worden kwijtgescholden, omdat de Zoon daarvoor aan het kruis heeft betaald“. Zoals gezegd, gaat het mij er nu om, te ontdekken op basis van welke Schriftgedeelten, men de aanwezigheid van die schuld verdedigt.

Waar geen schuld is, is er niets om te vergeven. Waar vergeving geschonken wordt, daar moet sprake zijn van schuld.

uit: “Schuldig tegenover God? Hoezo …?”

Schuld wordt hier gekoppeld aan vergeving. Maar vergeving betekent „niet toerekenen“. Als het om schuld gaat, dan kun je die enkel maar kwijtschelden (of inlossen natuurlijk). Immers, met het „niet toerekenen“ verdwijnt de schuld niet. Schuld is namelijk concreet aanwijsbaar, wanneer er een overeenkomst is. Aan een overeenkomst moet worden voldaan. Als er geen contract is, kan er ook geen schuld zijn. Vergelijk dit met een arbeidsovereenkomst. Waar we het echter over hebben is het omgaan van de mens met dat „geleende kapitaal“ om te leven als verantwoordelijke heerser over de schepping. Hij heeft van God alles ter beschikking gekregen, dat hem niet alleen essentieel van de dieren onderscheidt, maar dat hem behulpzaam kan zijn bij het uitoefenen van zijn taak. Het besef dat de mens als heerser over de rest van de schepping is bedoeld, is hem ingeschapen. Het feit dat hij een heel scale aan mogelijkheden heeft om die taak uit te voeren, is het levende bewijs daarvan.

In plaats van schuld, kunnen we beter spreken van „verantwoording“. Gaat de mens verantwoord om met het, hem ter beschikking gestelde, geleende kapitaal? Je kunt hier echter niet spreken van een schuld, omdat de mens, voor zijn natuurlijk (= buiten de geest of inspiratie van Gods Geest om) iets heeft gekregen om, zelfs in vleselijke staat, ‘verantwoord’ te leven als heerser over de schepping; hij kan eten van de boom van kennis van goed en kwaad (want „de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten (…), ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden“. Dat dit een beduidend minder alternatief is ten opzichte van wat God uiteindelijk voor de mens voor ogen heeft, doet nu niet ter zake.

De voornaamste schuld is dat ieder mens bij God in de schuld staat omdat alle mensen in Adam van God zijn afgevallen.

uit: “Schuldig tegenover God? Hoezo …?””

Hier gaat de schrijver uit van de stelling, dat de val van Adam hem schuldig maakte ten opzichte van God en dat die schuld dan vervolgens voor al zijn nakomelingen geldt. Het enige dat Adam echter wist, is dat het eten van de boom een zekere dood ten gevolge zou hebben: „want wanneer gij daarvan eet, zult gij zeker sterven“ (Rev. Leidse Vertaling). Zoals ik in diverse andere artikelen heb aangegeven, gaat het hier niet om een regel die wordt overtreden, maar om de consequentie van een voortdurende handeling (zolang wordt gegeten). Adam maakte een keuze; hij overtrad. Maar de essentie is, dat God hem die vrijheid om te overtreden had gegeven. Hiermee bouwde Adam dus geen schuld op; hij maakt gebruik van de ruimte die hem door God zelf was gegeven. Hij besefte echter waarschijnlijk wel, dat vanaf dat moment de mensheid niet meer aan z’n collectieve taak toe zou kunnen komen. De dood, in de vorm van een algehele vergankelijkheid (eindigheid van leven) werd ten gevolge van zijn overtreding als een kleed over de schepping gedrapeerd.

Schuld?

Als je dus al van een schuld zou kunnen spreken, werd die metterdaad, dus met onmiddellijke ingang, ingelost. Het eten van de boom van kennis van goed en kwaad symboliseert de eigen verantwoording van de mens. En omdat ieder mens na Adam niet anders meer kan, dan enkel eten van die boom, kun je zeggen dat de overtreding voor alle mensen heeft geleid tot de dood. De overtreding van Adam werd zelf niet concreet aan alle mensen toegerekend; het was het gevolg of het effect van de daad die tot alle mensen is doorgedrongen. De nakomelingen van Adam zijn dus niet medeverantwoordelijk of schuldig aan de overtreding, maar het slachtoffer. Ze hebben eenvoudig geen andere keuze, dan te eten. Alle mensen zijn dus door Adam in zijn val meegezogen en dat is hun van vanzelfsprekend niet toe te rekenen. Uiteraard spreek in over de tijd vóór de komst van Christus, want sinds Zijn overwinning over de dood, is er opnieuw voor ieder mens een mogelijkheid beschikbaar om te kiezen.

Het contract dat Adam ondertekende …

Naar Gods beeld: Leven vanuit (eeuwige Liefde)

De Schepper wil een mens die in karakter Zijn evenbeeld is. God karakter is pure liefde. Het kenmerk van liefde is vrijheid; ze wordt door niets belemmerd en kan zich in alle vrijheid bewegen en groeien. Dat betekent dat God de liefde niet zomaar aan de mens kan meegegeven, want dan verliest liefde haar vrijheid. Wat God wél kan meegeven is de mogelijkheid naar liefde te verlangen, maar dat verlangen kan alleen maar ontwikkelen als er iets te verlangen valt. Met andere woorden: de mens zal op het punt moeten komen, dat hij vrijwillig en zonder enige dwang gaat verlangen naar iets dat hij niet bezit. Hieruit volgt, dat de weg die de mens heeft gekozen door te eten van de vrucht, zelfs door God zo was bedoeld. De ervaring in het leven in het omgaan met goed en kwaad, zou de mens vanzelf doen beseffen dat hij, buiten God om, niet zou kunnen komen tot het leven dat God voor hem in petto heeft: een leven, volmaakt en geheel vervuld in de liefde Gods. Want alleen daar kun je de eeuwigheid mee in. De Liefde blijft; al het andere (geloof en hoop) verdwijnt.

De leugen

Als de slang in de boom van kennis, Eva aanspreekt, wordt zij geattendeerd op de vrucht. Ze weet echter dat het eten van die vrucht, de dood betekent. Maar ze ziet ook dat die vrucht haar door het onderscheiden van goed en kwaad, wijs kan maken. De leugen die de slang haar opdist is dat ze niet zal sterven. Eigenlijk zegt hij, dat het leven als natuurlijk mens, dus het wijs worden in eigen kracht, voor haar het ware leven betekent. Deze leugen wordt nog steeds door alle mensen geloofd.

Gods inzetting

Het leven naar eigen inzicht en wijsheid leidt echter wel degelijk tot de dood. Dat is zo door God bepaald, want Hij weet dat de mens langs die weg nooit tot het verwerven van echte liefde kan komen. Immers, het natuurlijke leven is er op gericht in het leven niets te kort te komen. Dat komt omdat de mens de leugen van de slang gelooft, dat hij, zolang hij eet van de boom van kennis van goed en kwaad, niet zal sterven. Dus waarom zoeken naar het geestelijke (eeuwige) leven, als het concrete leven helemaal voor niets voor het grijpen hangt.

Het contract

De slang biedt Eva het leven aan als ze eet van de vrucht. Dat is in de kern een contract. De slang verplicht zich tot het voldoen van zijn kant van de deal en de mens verplicht zich vervolgens tot het eten van de boom tot z’n laatste snik. Het eten is zondigen en de beloning voor het zondigen is de dood. Op deze manier wordt de inzetting van God door de slang geannexeerd tot een soort wurgcontract; Geen mens is in staat om een leven te leiden zonder te eten, want alle mensen zijn nakomelingen van Adam. Ieder mens wordt geboren in een wereld waar geen ontsnappingsmogelijkheid bestaat, omdat Adam voor alle mensen dat contract heeft ondertekent. Een contract dat door de slang was opgesteld en door hem en de mens, Adam, was ondertekend en was gebaseerd was op Gods inzetting. Vandaar dat de slang ook de aanklager wordt genoemd. Hij klaagt de mens aan de ene kant aan, omdat deze zich niet houdt aan Gods inzettingen, terwijl, aan de andere kant, dat contract het leven naar Gods inzettingen onmogelijk maakt. Eva is in een val getrapt, omdat ze onbekend was met wat sterven ten aanzien van het leven Gods, werkelijk inhield. Ze was als een huisvrouw die zich een stofzuiger laat aansmeren, terwijl het leven dat ze van Godswege in het vooruitzicht heeft, helemaal geen stof produceert. Maar dat wist ze nog helemaal niet. En daar maakte de slang handig gebruik van.

Hoe zit het dan met Jezus?

Jezus is geen normaal mens. Hij is geboren uit God. Verwekt door de Heilige Geest. Dat contract geldt derhalve niet voor Hem. Het zij dan, dat Hij alsnog zou eten van de boom van kennis. Maar, en dit is in feite het punt, vanaf het eerste moment in Zijn leven is Hij er op gericht de wil van zijn hemelse Vader te doen. En niets kan Hem daarvan afhouden, zelfs het kruis niet. In die hoedanigheid kan Hij de nieuwe Adam worden; de Eerste van een heel nieuw geslacht: de door de Geest geleide mensheid, die leeft vanuit pure liefde.

Zo je wilt spreken over een contract of een dienstverband – waar loon uit voortkomt – dan gaat het hier om een inzetting die Adam als stamvader van alle mensen met zijn bloed (dat is zijn leven) heeft ondertekend. De kern van die inzetting was dat de mensheid vanaf het moment van de overtreding gedoemd was vleselijk te blijven en te blijven eten van de boom van kennis van goed en kwaad, zonder de mogelijkheid zich aan zijn slavenstatus te ontworstelen; Adam en zijn nakomelingen waren overgeleverd en gevangengezet in een leven dat overheerst zou worden door zonde. De zonde ging heersen en doortrok alles waar de mens zich mee bezig hield. Heel zijn wezen, alles wat hij zou voortbrengen, zijn creativiteit, zijn plannen. Alles dat in zijn hart zou opkomen was bij voorbaat doordrenkt van zonde. Het loon dat de zonde geeft, is de dood. En degene die over de dood de controle had, was de vorst van het rijk der duisternis, de aanklager, die in eerste instantie al Eva had misleid om als ‘moeder van alle levenden’ te eten van de vrucht.

Deze situatie, die dus was ontstaan uit de misleiding van een naar wijsheid verlangende mensheid, kon dus enkel maar worden beëindigd, als het bewijsstuk (zie het kader: het contract dat Adam ondertekende) waar Adam zijn handtekening onder had gezet, zou worden uitgewist. En precies daarvan spreekt Paulus in de brief aan de gelovigen in Colosse:

  • Colossenzen 2:13-15 (NBG1951)Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen: Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd“.

Zonde?

Ik ben van mening dat als de Bijbel spreekt over de zonde in relatie tot de mens, ze dan de situatie waar de mens zich in bevindt schildert, zonder daar de schuldvraag aan te verbinden. In de bovengenoemde recensie worden een aantal schriftplaatsen genoemd, maar in geen van alle is daar sprake van een schuld: 

  • Romeinen 3:10-18 (HSV) „zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol vervloeking en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. De vreze Gods staat hun niet voor ogen.“.

Paulus heeft het hier over het gedrag van – en de situatie waarin alle mensen zich in bevinden. Die is ten hemel schreiend. Maar nergens is sprake van een schuld. Wel maakt het duidelijk dat de mens in alle opzichten heeft gefaald. Maar dat constateren is niet hetzelfde als de mens schuldig verklaren. Als je een groep slaven voorstelt, die onderworpen zijn aan een wrede heer, dan kan je hetzelfde constateren van die slaven. Maar ligt de schuld ook bij hen? Ze handelen verkeerd, dat is onmiskenbaar, maar dat is enkel maar te constateren als je kennis hebt van hoe het wel moet. Die slaven zijn echter opgegroeid in een wereld die in slavernij ligt. Een wereld waar goed en kwaad wordt bepaald door degene die het hardste schreeuwt of de meeste kracht heeft, om zijn wil door te drukken. De wijsheid, die Eva zag in de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad, is allang verworden tot het principe van verdeel en heers. Men heeft geen kennis meer van het hart van God; Hij is verworden tot Iemand waar je of zo ver mogelijk vandaan moet blijven of die je moet dienen door je te houden aan regels en verordeningen, die enkel maar zijn bedoeld om de toorn van God in toom te houden. Het is niet vreemd, dat een mensheid, die al zo lang zucht onder het juk van het rijk der duisternis, zelf helemaal het spoor bijster is. Het is precies waar de Schepper de eerste mensen al voor waarschuwde: „Ten dage dat je daarvan eet, zul je voorzeker sterven“.

Kernpunt: Wat is zonde?

In de kern is zonde dat de mens eet van de boom van kennis van goed en kwaad. De reden dat de mens van die boom eet, is dat „de boom goed ‘is’ om ervan te eten en dat hij een lust is voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig is om er verstandig door te worden“.

Dat impliceert dat de mens de wens heeft om verstandig te zijn in het onderscheiden van goed en kwaad. Dat deze boom in de hof stond geeft aan dat de boom goed was. Dus ook de vrucht in in zichzelf niet verkeerd. Maar ook de wens om verstandig te worden is natuurlijk niet verkeerd. Het probleem zit ‘m in het luisteren naar de verleider. Als die er niet was geweest had Eva de boom waarschijnlijk genegeerd want deze onderscheidde zich in niets van de andere bomen in de hof.

De verleider vestigde Eva’s aandacht op de boom en bracht die in verband met hun algemene opdracht ‘over de schepping te heersen’. Immers, het was de boom van het onderscheid tussen goed en kwaad? Je hebt wijsheid nodig om te beoordelen wat goed is en wat, dientengevolge, kwaad is. Om die reden was de vrucht begeerlijk.

De boom van kennis kan echter niet samen met de Liefde functioneren. Het is óf leven en functioneren vanuit liefde (dat is eten van de boom des levens) óf leven en functioneren vanuit kennis (en dus door het zelf beoordelen/veroordelen) van goed en kwaad. En daarom is het eten van de boom van kennis zonde, omdat het daarna  onmogelijk is nog over te stappen naar een leven vanuit de Liefde, tenzij je eerst sterft.

Het ‘doen van zonde’ (het zondigen) is een gevolg van de situatie of positie waar de mens sinds de overtreding in terecht is gekomen. Zijn daden maken hem niet zondiger dan dat hij al is. Als de mens zondigt, gaat hij verloren voor de eeuwigheid. Daarbij maakt het niet uit of hij zijn best doet om zo min mogelijk te zondigen. Pas als de mens concreet wordt bevrijd uit deze situatie, en dus zijn zondige staat kan afleggen, komt de eeuwigheid binnen zijn bereik. Dat afleggen van de zondige staat kan hij niet in eigen kracht. Bevrijding daarvan is enkel mogelijk als hij zijn vertrouwen stelt op de Enige die zonder zonde is: Jezus Christus.

Was is precies hét Evangelie

Dit is wat Johannes schrijft:

  • Johannes 3:14-17 (HSV) En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.

Jezus komst is bedoeld voor hen die ziek zijn. Net zoals de slang in de woestijn die werd verhoogd. Gods bedoeling is redding en niet veroordeling. Hij zoekt voor de mens het eeuwige leven en niet het leven in duisternis. En ook in deze verzen geen schuldvraag, maar enkel maar de bereidheid om naar Christus te kijken. Want het gelovig naar Hem opzien, brengt genezing. En die genezing is onvoorwaardelijk. Je hoeft dus niet eerst tot een diep schuldbesef te komen. Dat is geen voorwaarde; de enige voorwaarde is kijken naar Jezus Christus en je redding van Hem verwachten. Dat betekent in feite dat het besef, dat je in eigen kracht niet verder kunt, pas achteraf opkomt. Vandaar dat een bekering vaak impulsief plaatsvindt. En als je al het gevoel hebt er zelf heel lang over nagedacht te hebben, is dat meestal het gevolg van een diep besef dat al in je hart leefde zonder dat je het bewust doorhebt. Zo ervoer ik mijn bekering als een ‘thuiskomen’; ik was m’n hele leven eigenlijk al op zoek naar mijn Heer en Heiland. Maar pas nadat ik Hem aangeroepen had, besefte ik dat. Het is net alsof de schellen van je ogen vallen. En je ‘ziet’ dan iets wat je direct herkent, ook al had je het nog nooit gezien.

Q

Neem contact op met de beheerder

U kunt onderstaand formulier gebruiken voor uw vraag, opmerking, correctie of aanvulling. Als uw bericht een specifiek artikel betreft, vergeet dit dan niet te vermelden. Indien u persoonlijk antwoord wilt ontvangen, geeft u dan u e-mailadres op. Uw bericht wordt dan niet op de website behandeld.
NB: Uw e-mailadres wordt niet door mij bewaard en ALLEEN gebruikt als u een persoonlijk antwoord wenst. Uw vraag/opmerking komt alleen bij mij terecht.

Neem contact met me op

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken