Zoon van de Belofte?

God gaf Abraham een zoon, maar waarom wilde God dat Abraham zijn zoon door middel van een brandoffer teruggaf aan Hem?

De geboorte van Izak was de vervulling van een belofte. In feite was het een wonder, want zowel Abraham als Sarah waren op dat moment onvruchtbaar. Op die manier kon Abraham op geen enkele wijze een recht op Izak laten gelden.

Als hem dan ook wordt gevraagd de zoon van de Belofte weer aan God terug te geven, beseft hij dat. De Bijbel zegt hiervan later: „Door het geloof heeft Abraham, toen hij door God op de proef gesteld werd, Izak geofferd. En hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd. Tegen hem was gezegd: Dat van Izak (letterlijk: In Izak) zal uw nageslacht genoemd worden. Hij overlegde bij zichzelf dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken. En hij kreeg hem als het ware daaruit ook terug.

Het offeren van Izak was dus een bewijs van geloof van Abraham, zoals er staat: „Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde? Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.

Doordat Abraham bereid was Izak te offeren, bewees hij zijn geloof in het woord van God, waarin hem een nageslacht werd beloofd dat talrijker zou zijn dan de sterren aan de hemel. Hij vertrouwde de Gever van de belofte meer dan z’n eigen vrees zijn zoon weer opnieuw kwijt te raken. Hij geloofde dus boven alles dat God Zijn beloften gestand doet en dat Zijn Woord de Waarheid is, ook al lijkt soms het tegendeel.