Over: opstanding en lichamen

Het lijkt me inderdaad precies wat je zegt, een onderpand bewerkt door de heilige Geest.

Een opmerking van een Jehovah getuige

Mijn reactie:

Dat is niet precies wat ik schrijf (en dus óók niet wat ik bedoel):

Het onderpand IS de Heilige Geest.

Van jullie begrijp ik, dat je noteert dat God al in het lichaam is, door middel van een godsvonk, die al eens geboren was.

Een opmerking van een mede-lezer

Ik weet niet waar je dit vandaan haalt. Je hebt mij nog nooit iets horen zeggen over een ‘godsvonk, die al eens geboren was’. De mens is DOOD in zijn zonde. Er iets niets van een godsvonk aanwezig in de mens in zijn zondige, verloren staat.

De Geest van God geeft het leven en doet de (geestelijk) dode mens opstaan uit de dood. Eerst was hij dood en nu is hij levend. Eerst was er verval, nu is er groei. Eerst was er vruchteloosheid, nu draagt hij vrucht. Eerst was er GEEN kind van God, nu is er WEL een kind van God. En dat alles wordt alleen maar bewerkt door de Heilige Geest, aka de Geest van Christus, aka een andere Trooster, aka de Geest van het Zoonschap.

Dit alles vindt alleen in de geestelijke wereld plaats, in de inwendige mens. Samen groeien al deze naar de Geest opgestane gelovigen, uit tot één wereldomvattend lichaam ; het Lichaam van Christus:

  • Ephese 4:15-16 (NBG1951) “maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde”.

Dit Lichaam is op een door God bepaald moment tot volkomenheid uitgegroeid en dan wordt het zichtbaar:

  • 2 Thess 1:10 (NBG1951) “wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden IN zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden IN allen, die tot geloof gekomen zijn; want ons getuigenis heeft geloof gevonden bij u.”

Eerst is er dus een opstaan ten leven van de individuele gelovige in de geestelijke wereld. Deze opstanding is al 2000 jaar bezig vanaf het moment dat de Heilige Geest werd uitgestort op de eerste Pinksterdag.

En als al die individuele opgestane gelovigen volgroeid zijn en hun aantal vol is, dan worden ze allemaal (zowel de reeds gestorven heiligen, als op dat moment nog levende heiligen) samen met Jezus Christus als eenheid (het lichaam van Christus; de Gemeente) zichtbaar.

Dan is de opstanding voltooid en begint de eeuwigheid.

Waarom zou een baby nog een een opstanding erbij krijgen in zijn volgroeiing? Daarmee misken je de wedergeboorte die eraan vooraf gaat. Dat is niet logisch in de natuur en ook niet in het beeld.

Dezelfde medelezer

Die geestelijke baby heeft nog een natuurlijk, vleselijk, aan de zonde onderworpen lichaam. Het is de inwendige mens die van die baby van dag tot dag vernieuwd wordt door de Geest:

  • 2 Corinthe 4:16 (NBG1951) Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.

Het probleem in jouw denken is dat het niet tot je doordringt dat de wederomgeboren mens uiterlijk niet verandert, maar innerlijk wel degelijk een groeiproces doormaakt. Het is die innerlijke mens die tot leven wordt gewekt en functioneert vervolgens als het ware naast of parallel aan de uiterlijke mens. Op het einde (van de tijd) wordt het stoffelijke als het ware verslonden door het Leven dat zich al sinds de wedergeboorte in die mens bevond en blijft er een verheerlijk lichaam over:

  • 2 Corinthe 5:4 (NBG1951) Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden.

Vandaar dat ik het heb over een proces. Maar ook over twee lichamen. Een natuurlijk – en een geestelijk lichaam. En het proces is alleen gekoppeld aan het geestelijk lichaam. Het natuurlijke lichaam blijft tot de komst van Christus met de heiligen onderworpen aan de vergankelijkheid en zal dus ALTIJD weer terugkeren tot het stof; het blijft onderworpen aan de dood, tot de jongste dag. 

Als het natuurlijke lichaam van een gelovige sterft, alhoewel hij naar de inwendige mens reeds in de Geest is opgestaan, gaat de inwendige mens naar Christus; het natuurlijke lichaam vervalt en komt als zodanig niet meer terug, want het hoort bij het aardse. De geest van een natuurlijk mens, ZONDER een levende inwendige mens, gaat naar het dodenrijk. 

Als Jezus dan met de gestorven heiligen terugkomt, krijgen die allemaal een verheerlijkt lichaam, net als Jezus dat had na Zijn opstanding. Ze krijgen niet hun oude ‘vleselijke’ lichaam terug; dat ligt in het graf en verdwijnt vanzelf. En de achtergebleven, nog in het natuurlijk lichaam levende heiligen, krijgen ook een verheerlijk lichaam; hun oude ‘vleselijke’ lichaam wordt door hun nieuwe verheerlijkte lichaam verslonden; dat verdwijnt dus ook.

De heiligen die nu bij Christus zijn hebben dus ALLEEN maar een geestelijk lichaam (en dus geen verheerlijkt lichaam), want hun aardse lichaam hebben ze afgelegd.

Maar het probleem dat aan alle misverstanden vooraf gaat, is dat een ongeestelijk mens niet verstaat (begrijpt, in de zin van inzicht), dat zijn inwendige mens naar de geest dood of levend kan zijn, terwijl de mens in z’n natuurlijke staat tóch kan functioneren. En als hij dat niet inziet, kan hij ook niet begrijpen, dat alleen de Heilige Geest maar in staat is, die ‘dode’ geest tot leven te wekken. Immers, als hij ontkent dat zijn geest in feite dood is, hoeft er ook niets te worden opgewekt. En als er niets hoeft te worden opgewekt, hoeft het ook niet op te staan.