Over: kind van God worden

Vraag Hoe word ik een kind van God

Zomaar een vraag die iemand stelde

Zo ‘gewoon en praktisch’ is die vraag tegenwoordig helemaal niet meer. 

Iemand die die vraag stelt, heeft al enig besef van wie Jezus Is. Probleem is wel, dat de zoeker van tegenwoordig eerder een supermarkt consument is geworden. Er is een Jezus beschikbaar op elke hoek van de straat. Wil je een Jezus die alle problemen voor je oplost? Wil je een Jezus die je rijk maakt? Of wil je een Jezus die jou aanzien en status geeft?

De ware Jezus spreekt echter over een juk dat je opneemt. En over een kruis opnemen. En over vervolging en afwijzing. Het enige dat de echte Jezus jou aanbiedt, is dat het tussen jou en God in orde kan komen en dat, als je Hem aanneemt, het kindschap Gods tot de mogelijkheden gaat behoren.

Ik denk dat de vraag naar de ware Jezus alleen wordt gesteld, door hen die diep in hun hart beseffen dat het natuurlijke leven dat we leiden geen oplossing biedt voor het chronische tekort (plafond) dat zij in het leven ervaren. Het is een besef, dat dit leven niet is waar we eigenlijk voor zijn gemaakt. Dat veroorzaakt een verlangen (heimwee) in het hart dat alleen maar kan worden vervuld door het aannemen van Jezus.

De echte vraag naar de ware Jezus wordt dus alleen gesteld door iemand die diep in z’n hart weet dat het antwoord alleen maar in Hem wordt gevonden. Hij weet dat omdat God Geest hem als het ware op de schouders tikt en zegt: Nu is het tijd voor het juiste antwoord.

Als iemand die vraag stelt, kun je gewoon tegen hem zeggen: “Vraag Hem maar zich aan jou bekend te maken, zodat Hij jou kan zeggen dat je behouden bent”. Daarna kun je hem meenemen in een gebed en hem gewoon aan Jezus voorstellen. En laat het dan maar aan Jezus over om hem (geestelijk) te omarmen en te vervullen met Zijn Geest, zodat ook hij wordt tot een bron waaruit levend water stroomt. Het kind van God is geboren. Van harte gefeliciteerd.

Ja, ik lees een geestelijke vernieuwing. Ik heb echter nog steeds dat krakkemikkig wordende lichaam. Dat gaat in dit leven niet beter worden. 

En dat zal zo blijven totdat Jezus zich vanuit de hemel openbaart. Dus troost:

  • 2 Corinthe 4:16-18 (NBG1951) Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

Aan alle vergankelijkheid komt een einde. Ook aan het krakkemikkige lichaam:

  • 2 Corinthe 5:1-5 (NBG1951) Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden. Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden. God is het, die ons juist dáártoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.

Let vooral op de laatste opmerking: De Geest is een onderpand, oftewel de kwitantie dat God doet wat Hij belooft. Het betekent dat je nu, ondanks de krakkemikkige toestand van het hele leven al uitzicht hebt op het het zal worden, Je hebt daarvan al een voorproefje in het onderpand (de Geest) dat je nu al hebt ontvangen.