Over: de Belofte

Tijdens Pinksteren daalde de Heilige Geest neer op de achterblijvende gelovigen. Met de belofte bij hen te blijven. 

Iemand op een forum

Volgens de Schrift is de uitstorting van de Heilige Geest dé Belofte die van Godswege werd ingelost. Als God de mens schept, zegt Hij dat deze naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis is gemaakt. Maar tot nu toe is de Enige die dat beeld van God in alle facetten (in verheerlijkte staat) draagt, Jezus Christus.

De uitstorting van de Heilige Geest op de gelovigen op de eerste pinksterdag in Jeruzalem is een zichtbaar beeld van die Belofte die in de geestelijke wereld tot op de dag van vandaag wordt vervuld: gelovigen worden gemaakt tot één wereldomvattend Lichaam, dat vanuit één plek leven en groei ontvangt: Christus die als Hoofd van dat Lichaam is aangesteld. Die relatie is eeuwig en kan dus niet meer worden verbroken.

Gelovigen krijgen door de Heilige Geest deel aan het wezen van God; ze worden metterdaad tot zijn kinderen en groeien door het onderwijs van de Geest uit tot geestelijk volwassen zonen van God. Die groei vindt plaats in de wereld van de Geest; in de de natuurlijke wereld wordt nu alleen nog maar de vrucht van de Geest zichtbaar. Deze vrucht is voor iedereen zichtbaar en is dus in de zichtbare wereld het enige bewijs dat de Heilige Geest in iemand werkzaam is; voor de gelovige zelf geldt dat de Heilige Geest samen met zijn eigen geest, getuigt van het zoonschap Gods; de zekerheid dat iemand een kind van God is, wordt alleen in het eigen hart ervaren.

Hoe kunnen we, in deze tijd, activiteit van de Heilige Geest onderscheiden van toeval of verbeelding? 

Iemand op een forum

Iemand anders schreef al, dat toeval niet bestaat; we noemen iets toeval omdat we de oorzaak en de stappen onderweg niet zien of kunnen controleren.

Maar als we spreken over activiteit van de Geest, zullen we eerst moeten bedenken hoe die activiteit er uit ziet. Wat is dé activiteit van de Geest? De Geest is een bron van inspiratie. De Geest inspireert. Als Jezus spreekt over de activiteit spreekt ten opzichte van zijn discipelen, dan zegt Hij dat de Geest het uit het Zijne neemt en dat wat Hij uit dan van Christus neemt, aan de discipelen verkondigt. De vraag wordt dan: Wat is in Christus dat weer kan worden doorgegeven?

Wat de Geest doorgeeft aan de gelovigen, is het geloof van Christus en de liefde die Hij bezit ten opzichte van Zijn hemelse Vader.

Met andere woorden: Je herkent de activiteit van de Geest in het toenemen van je geloof en in het toenemen van je liefde tot de Vader. Ik ben van mening dat dit het enige is, waaraan de Geest te herkennen is; het is een individueel en onzienlijk (en dus voor anderen niet te bewijzen) resultaat. Voor buitenstaanders is het verbeelding en voor insiders is het een bewijs want ze ervaren de werking van de Geest als een kracht die niet van henzelf is of door eigen kracht (wil) wordt voortgebracht. 

Wanneer schrijven we een gebeurtenis toe aan werkzaamheid van God’s Geest?

Iemand op een forum

Ik denk dat een gebeurtenis van de Geest als zodanig wordt herkend, als de Heilige Geest dit aan de geest van de gelovige bevestigt. Dan weet je het, maar kunt het op geen enkele wijze bewijzen. Ook hier is het een zekerheid die niet van jezelf komt.