Het nut van de Dood?

Terug naar: Kort door de Bocht

Wat is het nut van het leven als er de dood is?

De dood bewijst dat het leven vergankelijk is. De dood is er omdat het leven niet in staat is de afbraak die er vanaf het eerste moment is, te overwinnen. Zodra de mens wordt geboren, begint hij ook af te takelen. Dat geldt voor alles. Niets heeft het eeuwige leven. Eeuwig in de zin van volmaakte kwaliteit.

Vanaf het moment dat iets ontstaat (tot leven komt), is het alweer in verval, met als resultaat de dood. Wat overigens niet meer of minder is, dan het leven dat tot stilstand komt. De dood is geen actieve kracht, maar juist het gevolg van het ontbreken van de kracht om de vergankelijkheid te doorbreken. De dood is, zoals gezegd, een gevolg of een resultaat van het ontbreken van eeuwig leven.

Dat zou op zichzelf niet erg zijn, als de mens het zich maar niet bewust was. Vandaar dat de vraagsteller ook vraagt naar het ‘nut’. Ieder mens voelt zich er toch wat ongemakkelijk bij; de een wat meer dan de ander. 

Vanuit de gedachte dat leven een aaneenschakeling is van onvolmaakte, toevallige gebeurtenissen, kunnen we niet vragen naar het ‘nut’. Immers, als het leven toeval is (geen bewuste reden heeft) dan heeft het leven geen doel. Het is dan wel de vraag waarom we dat dan wél zo voelen en vragen naar het ‘nut’ van het leven als alle leven met de dood eindigt? 

Er is maar één conclusie mogelijk: Het leven heeft geen nut, zolang de dood er een einde aanmaakt. Vandaar: „Laten we eten en drinken, want morgen sterven we“. Een mens zonder onvergankelijk leven, is als een reiziger die niet weet wat het doel van z’n reis is; het enige dat hij kan doen is in beweging blijven (zoeken naar het ‘nut’), totdat de dood hem tot stilstand brengt. Iets dat meer zinloos is, bestaat niet.