Harde evolutie?

Terug naar: Kort door de Bocht

Bestaat er voldoende bewijs om de evolutietheorie hard te maken?

De evolutietheorie is, zoals in feite elke wetenschappelijke theorie, ontstaan uit observatie. Dat wil zeggen dat alles wat zich buiten observatie bevindt, in feite een inschatting is: een theorie, of verklaring zolang een andere mogelijkheid niet is aangetoond (en dus kan worden ‘gezien’).

Wat van de evolutie aantoonbaar is, is dat de soorten zich kunnen aanpassen. Over dat aspect is over het algemeen geen twijfel.

Wat echter niet bewezen is, maar door sommigen op grond van dit aanpassingsvermogen wordt vermoed (gelooft), is het ontstaan van nieuwe soorten. Er verdwijnen wel soorten en er worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt, maar het ontstaan van nieuwe soort heeft nog nooit iemand geobserveerd, laat staan bewezen.

Maar zelfs al zou iemand aantoonbaar een levensvatbare nieuwe soort zien ontstaan, dan blijft er de grote vraag, die nooit door de evolutietheorie kan worden aangetoond of bewezen: Wat is het ‘idee’ achter de evolutie zelf?! Je kunt het (deels) in werking zien, maar heb je ooit afgevraagd, waarom je dit überhaupt kunt (wilt!) onderzoeken?

Uit alles dat men ontdekt, blijkt een structuur. En het is juist die structuur die onophoudelijk terugwijst naar een bepaalde vorm van intelligentie. Immers, wat zorgt er voor dat het juist die kant opgaat en niet de andere? Sterker nog: waarom komt het zelfs maar in beweging? Niet alleen is de vraag wat ervoor zorgt dat iets levensvatbaar is en wat niet, maar waar komt levensvatbaarheid zelf vandaan. Wat is het ‘idee’ achter een wet? Niet alleen: Hoe ontstaan wetten in de natuur? Maar ook: waarom zijn die wetten nodig? En dan nog maar niet te spreken over abstracte zaken als goed en kwaad, liefde en haat, enz.

Het probleem in dit soort discussies is altijd, dat men niet consequent is en bepaalde kernzaken als vaststaand aanneemt, maar daarbij niet beseft dat ook die vaststaande zaken eens zijn ontstaan, toen ze zelf nog niet vaststonden. Orde uit chaos kan niet ontstaan, zonder dat er in ieder geval al een ‘idee’ van orde is. Laat staan dat er zomaar, zonder dat er in ieder geval al een ‘plan’ is, ‘iets’ uit ‘niets’ ontstaat, want dat is ten ene male onmogelijk.

Is het daarom dat men de grote vraag altijd ontwijkt, omdat er uiteindelijk maar één conclusie mogelijk blijkt: er moet een intelligentie zijn, de aan de basis staat van alles dat is?

Nu staat het iedereen vrij om te geloven wat ‘ie wil, maar wek niet de indruk, dat de evolutie-theorie meer is dan dat: een theorie. Het feit dat er evolutie is, bewijst dit, keihard.