Goede werken?

Als we het hebben over ‘goede’ werken, dan bedoelen we daar in algemeen werken mee die, wij, mensen als goed ervaren.

Echter, Jezus zegt in Luk. 18:19 (NBG1951) “Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen“. Hij zei dat nadat iemand hem “goede meester” noemde. Merk op, dat Jezus zichzelf blijkbaar óók niet goed noemt. Paulus bevestigt dit als hij zegt: “er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één”.

Als Jezus zegt “wat noemt gij Mij goed?”, dan heeft Hij het in feite over de Bron van zijn goedheid. Daarom zegt Hij óók: “Niemand is goed dan God alleen”. God is zijn hemelse Vader en Jezus zegt over die relatie: Joh. 5:30 (NBG1951) “Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft“. en Joh. 6:38 (NBG1951) “Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft“.

‘Goede werken’ komen voort uit de relatie met God. Maar er is maar één relatie met God mogelijk waarbij levende water (dat de werken goed maakt) vrijelijk kan stromen en dat is de relatie via Christus. In Luk 10:22 (NBG1951) staat: “Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader, en wie de Vader is, dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren“. Paulus zegt dus eigenlijk: niemand verrichtte werken die voortkomen uit de Bron van God (de Zoon had nog niemand de Vader geopenbaard) en dus waren hun werken boos.

Het doen van ‘goede’ werken is dus enkel maar mogelijk als de Geest van God die in je werkt. Het resultaat van die werken wordt gezien en ervaren door mensen: 2 Cor. 2:15 (NBG1951) “want wij zijn voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan“.

Met andere woorden: je kunt goed doen aan mensen (goede werken doen), die door God toch niet als zodanig worden gekenmerkt.