Gehoorzamen van de overheid?

Paulus spreekt niet over gehoorzamen, maar over onderwerpen. Gehoorzamen heeft tevens met luisteren en horen te maken; bij onderwerpen is dat niet het geval. Het eens of oneens zijn met wat de overheid zegt of wil, speelt geen rol. Paulus zegt in:

  • Romeinen 13:1-5 (HSV) Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen.

God heeft het gezag ingesteld. Dat wil niet zeggen dat God zich bemoeit met specifieke overheden of gezagsdragers, maar dat hij gezag als principe heeft ingesteld: Een gezagsdrager bekleedt een ambt en heeft daarmee de verantwoording om voor degenen te zorgen die hem onderworpen zijn. Onderworpen omdat God dat zo heeft ingesteld voor de mens. De overheid heeft, van Godswege, enkel maar plichten. De overheden hebben van God de verantwoording ontvangen om de wetten te handhaven:

  • Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet. Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten.

Het (principe van) gezag dat een overheid heeft, is door God ingesteld, maar dat betekent niet dat elke overheid op zich door God in ingesteld. Er zijn overheden die misbruik maken van het gezag dat hun van Godswege is gegeven. Dat komt omdat mensen die een verantwoording dragen ten opzichte van anderen, altijd onder druk staan het dienende principe los te laten en te zoeken naar persoonlijk gewin of status:

  • 1 Tim. 2:1-3 (HSV) Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker,

De onderwerping aan de overheden is als eerste bedoeld om respect te tonen aan het principe. Want als je je verzet tegen de overheid, verzet je je tegen een principe dat God juist heeft ingesteld, opdat mensen een rustig bestaan kunnen hebben. Daarom is het nodig te bidden voor overheidspersonen (niet voor de overheid als geheel) die deel uitmaken van de overheid. Ten tweede is de onderwerping aan de overheid een getuigenis dat christenen kunnen afgeven aan de maatschappij waarin zij hun natuurlijke bestaan hebben:

  • 1 Petrus 2:13-15 (HSV) Onderwerp u dan omwille van de Heere aan alle menselijke orde, hetzij aan de koning, als hoogste machthebber, hetzij aan de stadhouders, als mensen die door hem gezonden worden tot straf van de kwaaddoeners, maar tot lof van hen die goeddoen. Want zo is het de wil van God, dat u door goed te doen het onverstand van de dwaze mensen de mond snoert;

Ben je dan totaal machteloos als je onderworpen bent aan een overheid die zichzelf onttrekt aan Gods principe van dienen? Let er op hoe de discipelen omgaan met een overheid, die zich niet houdt aan dit principe. Ze blijven onderworpen aan de overheid; ze pleegden geen actief verzet en ook riepen ze niet op tot strijd:

  • Handelingen 4:19-20 (HSV) Maar Petrus en Johannes antwoordden en zeiden tegen hen: Oordeel zelf of het juist is in Gods ogen, meer naar u te luisteren dan naar God. Want wij kunnen niet nalaten te spreken over wat wij gezien en gehoord hebben.

maar leggen hun zaak wel voor aan God zelf:

  • Handelingen 4:23-30 (HSV) En nadat zij losgelaten waren, gingen zij naar hun eigen mensen en berichtten alles wat de overpriesters en de oudsten tegen hen gezegd hadden. En toen zij dat gehoord hadden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn, en Die bij monde van David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde. Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen, om alles te doen wat Uw hand en Uw raadsbesluit van tevoren bepaald had dat er gebeuren zou.

en riepen tot God zelf, in de verwachting dat Hij hun recht zou doen:

  • Nu dan, Heere, sla acht op hun bedreigingen en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken, doordat U Uw hand uitstrekt tot genezing en er tekenen en wonderen gebeuren door de Naam van Uw heilig Kind Jezus.

Het principe van gezag is door God zelf ingesteld. Dus door je te onderwerpen aan welk gezag dan ook, ben je gehoorzaam aan God zelf. Die gehoorzaamheid weegt zwaarder dan het gehoorzamen van mensen. Dit principe vind je ook terug in wat Jezus zelf zegt:

  • Lukas 6:27-31 (NBG1951) Maar tot u, die Mij hoort, zeg ik: Hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen. Slaat iemand u op uw wang, keer hem ook de andere toe, neemt iemand u uw mantel af, laat hem ook het hemd nemen. Vraagt iemand iets van u, geef het hem; neemt iemand het uwe, vraag het niet terug. En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo.

In Mattheüs zegt Jezus het zo:

  • Mattheüs 5:39-40 (HSV) Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe; en als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleding nemen, geef hem dan ook het bovenkleed;

In feite geef je hiermee getuigenis dat je vertrouwt op God zelf als rechter en niet dat je recht verwacht van de mensen. Daarom zegt Petrus van Jezus:

  • 1 Petrus 2:23 (NBG1951) die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt;