Eva en de vrucht?

Terug naar: Kort door de Bocht

Wist God dat Eva in de appel zou bijten? Zo nee, wat zegt dat? Zo ja, wat zegt dat?

Het korte antwoord op deze vraag is: 

Ja, God wist dat Eva zou eten“. En dat zegt enerzijds wat over het karakter van God, die open en eerlijk is over de gevolgen van de keuze van de mens om het leiderschap over de wereld zelfstandig en in eigen kracht te willen uitoefenen en het zegt anderzijds wat van de mens, die denkt dat het eten van de vrucht (kennis van goed en kwaad) zonder consequenties is of die gewoonweg ontkent. 

Het wat uitgebreidere antwoord is als volgt: 

Het gebod: „Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven“, niet zozeer het karakter van een gebod had, maar veelmeer van een waarschuwing en aanzegging van een consequentie.

God had een mens geschapen die fris en vrij in de wereld stond. Niet gehinderd door enige besef van goed en kwaad, dus innerlijk naïef en onbevangen, was de mens echter ook niet in staat om de juiste keuzes te maken die bij de status hoorde van iemand die het voor het zeggen heeft over de rest van de schepping.

Dat Eva, die in dit geval model staat voor heel het menselijk geslacht, van dit leiderschapsprincipe afwist blijkt uit wat ze zegt, wanneer ze, geattendeerd door de slang, de vrucht aan een nadere inspectie onderwerpt: „En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden;“ Haar was namelijk even daar voor wijsgemaakt: „U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend“.

De vrucht leek dus een prima middel om ervaring op te doen in het onderscheiden van goed en kwaad. Een onderscheiding die haar op haar levensweg prima van pas zou komen. Er zat echter een addertje onder het gras (in de boom)…