De ware God dienen

Vertrouwen op genade vraagt geen bewijs; religie is het voortdurend afleggen van een bewijs, dat niet wordt gevraagd.

Jurriën L. Dokter

Bij het identificeren van ‘valse’ religies vooronderstel je dat er ook een ‘ware’ religie is. Dat kan er maar één zijn.

Een religie staat uiteraard in verband met het dienen van een God. Er zijn vele goden die je kunt dienen dus zijn er ook vele religiën.

Een ‘valse’ religie kun je herkennen als de ‘juiste’ god niet wordt gediend. Dat kan echter alleen maar worden vastgesteld als je weet op welke manier die god wil dat je hem dient, maar het desondanks anders doet. Uiteraard is deze toets alleen maar uit te voeren door de beoefenaars van de religie zelf; zij menen immers te weten welke eisen hun god aan het dienen stelt. Er ontstaat dus een vicieuze cirkel. Daaruit volgt dat iedere religie dus waar is, want binnen iedere religie wordt de godheid gediend op de manier die men binnen die religie (via dogma en leerstelling) zelf heeft vastgesteld.

Anders wordt het wanneer men de vraag stelt: welke god is de enige juiste? Want als men dat weet, kun je elke religie die de ‘niet-juiste god’ dient, als vals kwalificeren. Dat objectief vaststellen is echter al even onmogelijk, want degenen die al een god dienen, zullen ongetwijfeld hun eigen religie als de juiste aanwijzen en de andere religiën als vals. Uit dit dilemma ontstaat een strijd rond de macht van de sterkste. Elke religie zal de andere als vals benoemen; men gaat elkaar bestrijden.

De vraag: hoe maak je een eind aan valse religiën? roept dus een strijdvraag op, die theoretisch nooit kan worden beantwoord. Er kan alleen een soort van gewapende vrede ontstaan, wanneer men toestaat dat de verschillende religiën naast elkaar kunnen bestaan; echter zonder de vaag te stellen welke nu de ware is. Vandaar dat sommigen er toe komen om te stellen: dan dienen we allemaal dezelfde god(en), maar elk op onze eigen wijze. Maar daarmee loochent elke religie haar eigen bestaansgrond, want binnen elke religie leeft nu eenmaal het geloof dat je jouw god dient op de manier zoals die god dat wil (en heeft voorgeschreven). Immers, elke god is herkenbaar in de manier van dienen.

Daarom is een label als ‘ware’ of ‘valse’ religie, binnen een samenleving waar nu eenmaal verschillende religiën naast elkaar moeten bestaan, gewoonweg niet wenselijk. Diplomatie (ik zeg niets van jouw religie en jij zegt niets van mijn religie, maar we zoeken desgewenst naar overeenkomsten als we elkaar tóch niet kunnen ontlopen) is dan veel wenselijker. Vooral als je als samenleving een bepaald niveau van fatsoen pretendeert.

Het label ‘vals’ kan alleen maar worden opgeplakt door beoefenaars van de ‘ware’ religie. Aangezien het objectief bepalen van de ‘ware’ religie ten ene male onmogelijk is, kun je er dus beter vanuit gaat dat het er niet toe doet. Want als je een religie ‘waar’ noemt. krijg je ruzie met de ‘valse’. Als je alle religiën ‘vals’ noemt, dan krijg je ruzie met alle religiën. Maar je kunt ze ook niet allemaal ‘waar’ noemen, want daarmee stel je eigenlijk ter discussie of de godheden wel weten wat ze willen. Maar die stelling wordt buitenstaanders over het algemeen wel vergeven. Dan is het nog beter om je maar van de domme te houden en gewoon te stellen, dat het er niet toe doet. Je moet er dan wel rekening mee houden, dat men je vervolgens gaat uitleggen, waarom het er wél toe doet. Zucht.

Er is echter een oplossing: Er is maar één God en die heeft bepaald, dat er maar één wijze is waarop de mens Hem kan dienen en dat is NIET via een religie, maar door het aangaan van een relatie met Degene die God het beste kent: Zijn Zoon Jezus Christus. Ware Godsdienst krijgt dan een andere inhoud:

  • Jakobus 1:25-27 (HSV) Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet. Als iemand onder u denkt dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, dan is zijn godsdienst zinloos. De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld.

Dat onbesmet bewaren van de wereld deed men vroeger in eigen kracht binnen een religie, maar is nu mogelijk door te leren  van de Geest (van Christus), die God juist om die reden heeft gegeven aan de gelovige die zich aan Hem overgeeft. Dit is de enige God die bestaat en die buiten religie de mogelijkheid heeft gegeven Hem te dienen. Alle andere goden verlangen religieuze werken, waarmee de gelovige zelf kan laten zien dat hij zijn god dient:

  • Handelingen 17:24-25 (NBG1951) De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft.

Buiten deze God om, blijft elke religieuze mens hangen in een systeem van loon naar werken. De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, laat Zich echter niet meer dienen met religie, maar alleen door vertrouwen in Zijn zoon Jezus Christus. Immers:

  • Philippenzen 2:13 (HSV) want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.