In dit artikel ben ik in feite in gesprek met iemand die de leer van het Wachttoren Genootschap aanhangt. Binnen dit Genootschap wordt geleerd dat “Jezus vóór zijn vleeswording als de engel Michaël bestond”, “de Heilige Geest geen persoon is, maar een kracht” en dat “God in feite uit pure energie (Licht) bestaat” en dat we, juist om die reden, niet als mens in zijn nabijheid kunnen komen.

Een lid van het Wachttoren Genootschap (de Getuigen van Jehovah) bracht de volgende tekst (vanuit hun Nieuwe Wereld Vertaling) ter sprake:

En door zijn Zoon Jezus Christus zijn we in eendracht met de Waarachtige. Dit is de ware God en het eeuwige leven.

1 Johannes 5:20b

In jouw, niet accurate, vertaling zeg je: Dit is de ware God en het eeuwige leven. Waarbij jullie ‘dit is de ware God laten slaan op het ‘toegevoegde’ Waarachtige. Dit invoegsel is echter niet correct. Er staat in de grondtekst het volgende:

  • “[wij zijn] en in [hem die is waarachtig] en in zijn Zoon Jezus Christus hij is de waarachtige* God en eeuwig leven.” 

PS: Ik heb de woorden die in het Grieks uit één woord bestaan even tussen [] gezet.

De gehele tekst luidt:

  • 1 Johannes 5:20 (NBG1951) „Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven“.

Het eerste [hem die is waarachtig] slaat op God de Vader. Het tweede waarachtig* is een los woord en als bijvoeglijk naamwoord gekoppeld aan het woord God. Uit de zin kunnen we opmaken dat de Waarachtige (God de Vader) zijn waarachtigheid koppelt aan Jezus die daardoor effectief tot God wordt.

Met andere woorden: God de Vader presenteert zichzelf via Jezus. De vraag of Jezus God is, verliest hiermee alle relevatie, want God zegt in feite dat je met Jezus moet omgaan als met God, want Hij is Gods plaatsvervanger.

Vóór dat God een plaatsvervanger had, kon de mens helemaal niet bij God komen, maar nu Hij een Plaatsvervanger/Vertegenwoordiger heeft, is Hij tevens de enige  toegang tot God. Alles richting God loopt dus nu alleen via de Zoon.

Dat wordt kernachtig door Johannes verwoord in: 

  • 1 Johannes 5:11-13 (HSV) “En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u weet dat u het eeuwige leven hebt en opdat u gelooft in de Naam van de Zoon van God.”

Met de uitspraak “de Naam van de Zoon” wordt gewezen op de autoriteit van de Zoon die de Vader hem zelf heeft gegeven. Daarnaast zegt Jezus zelf waar je terecht kunt voor eeuwig leven: dat is niet bij de Vader (want je kunt de Vader niet bereiken buiten Jezus om) maar bij Hem. (Ik bén het Leven… enz.)

Maar kijk ook een naar wat Paulus zegt in 

  • 1 Tim. 3:16 (HSV) “En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

God heeft Jezus Christus al Zijn autoriteit gegeven. Als je naar God vraagt, verwijst Hij zelf naar Jezus: daar moet je zijn! De Schriftplaatsen waar deze gedachte wordt bevestigd zijn te veel om te kopiëren naar dit artikel.

Ik vraag me dan ook af waarom sommigen zoveel moeite doet om de verschillen tussen de Vader en de Zoon aan te geven. Is het om zichzelf toch een alternatief evangelie te presenteren? 

Je schrijft vervolgens: De NBG51 vertaalt het ook zo: ‘Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt. Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven.’

Ik kan daar echter op antwoorden dat de NBG-vertaling dus correct is:

  • [we weten] en dat de Zoon [van God] [is gekomen] en [heeft gegeven] ons begrip, [zodat] [we mogen kennen] [de waarachtige] en [we zijn] in [de waarachtige] in zijn Zoon Jezus Christus. Hij is de ware God en eeuwig leven. (Grieks > Nederlands: letterlijk vertaald)

Ook die vertaling volgt de grondtekst nauwkeurig en onderbouwt daarmee mijn betoog. Jezus heeft van de Vader een volstrekt unieke positie ontvangen, zodanig dat iedereen die probeert langs een andere weg de Vader te leren kennen, bedrogen uitkomt. 

Zelfs het OT loopt daar al op vooruit:

  • Jes. 9:5-6 (NBG1951) “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen.”

Dat de Vader en de Zoon in feite twee kanten zijn van één medaille, blijkt ook uit wat Jezus zelf zegt in:

  • Johannes 14:6-14 (NBG1951) Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem. Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.

Let er vooral op, dat Jezus het hier heeft over zijn eigen naam; de autoriteit van de Vader is  volledig op Jezus overgegaan.

  • Johannes 16:25-27 (NBG1951) Dit heb Ik in beelden tot u gesproken; er komt een ure, dat Ik* niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal. Te dien dage zult gij in mijn* naam bidden en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij Mij* hebt liefgehad en geloofd hebt, dat Ik* van God ben uitgegaan.

Want: 

  • Col. 1:19 (HSV) “Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem* heel de volheid wonen zou”,

en als je je afvraagt wat dan die ‘volheid is’ en waar die toe dient?

  • Col 2:9-10 (HSV) “Want in Hem* woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. En u bent volmaakt geworden in Hem*, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht”.

*= Jezus Christus

De Heilige Geest

Ik geloof dat de Heilige Geest, de Geest van God is. Niet alleen een kracht, maar een persoon, of een persoonlijkheid, die van God. Een kracht alleen kan je niets in herinnering brengen. Dat kan alleen maar een persoonlijkheid die via woorden (die je leest) en gedachten, opgedane ervaringen in je denken oproept.

Detail: Jezus gebruikte niet Gods kracht; Hij werd door Gods Geest geleid. Hij was voortdurend met z’n hemelse Vader in gesprek en Hij deed alleen wat Deze zei en deed. Ook hier dus een persoonlijke Geest.

Je schrijft verder: Als we bidden doen we dat in Jezus naam omdat Jezus onze Hogepriester is. Jezus bemiddelt dus ons mensen en God. Jehovah wordt ook de hoorder van het gebed genoemd.

Het feit dat Jezus onze Hogepriester is toont nu juist aan dat we niet bij de Vader kunnen komen dan via Hem.

Maar je hebt zonder het te weten mij allang duidelijk gemaakt waar bij jullie leer (van het Wachtoren Gezelschap) de schoen wringt. Jullie zijn in de veronderstelling dat Christus alleen maar de deur van de gevangenis heeft geopend. Jullie roepen dus als het ware: „Lang leve de vrijheid die Hij ons heeft verworven aan het kruis“. Ze simpel ligt het echter niet, want jullie zien over het hoofd, dat het Hogepriesterschap een voortdurende dienst is: 

  • Hebr. 7:17+21 (NBG1951) Want van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek… De Here heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt priester in eeuwigheid;
  • Hebr. 7:24 (NBG1951) doch Híj heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan.
  • Hebr 8:1-2 (NBG1951) De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel, die de Here opgericht heeft, en niet een mens.
  • Hebr. 9:13-14 (NBG1951) Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?

Laat vooral de laatste tekst tot je doordringen: Het bloed van Jezus heeft eenmalig gevloeid, maar daarna reinigt Hij voortdurend (als in een proces) ons bewustzijn van dode werken om de levende God te dienen. Het sterven van Jezus was een eenmalige gebeurtenis, maar het reinigen gaat door tot het moment dat alle bewustzijn gereinigd is.

We hebben dus Jezus in Zijn hoedanigheid als Hogepriester voortdurend nodig. Zonder Zijn voortdurende Priesterschap kunnen we God niet eens dienen. Vandaar dat Jezus zegt: IK ben de Weg, de Waarheid en het Leven. We kunnen God alleen maar Vader noemen als we IN Jezus Christus (dat wil zeggen: “onder Zijn Hogepriesterschap) blijven, nu, morgen en tot het moment dat Hij zijn werk heeft afgerond.

En dáárom is een discussie over de Goddelijke Status van Jezus Christus niet relevant. Tenminste niet meer voor hen die Jezus als hun Hogepriester hebben aanvaard. Alle anderen zullen waarschijnlijk toch in eigen kracht, eigenwijs dat ze zijn, hun toegang tot het Koninkrijk van God willen realiseren.

Een ‘plat’ denken (gedachten over de drie-eenheid)

Jullie redenatie kan worden gekenmerkt als ‘horizontaal’. Ik bedoel daarmee dat je niet geestelijk denkt. Je kunt enkel denken op het natuurlijke vlak.

Als het om de drie-eenheid gaat, moet je beseffen dat het hierbij gaat om een uitspraak die je kunt vergelijken met: „Hoe zal ik het zeggen?”. Gelovigen lezen in de Bijbel allerlei uitspraken die hen tot het inzicht brengen, dat er sprake is van een samenwerking tussen God en de Mens, Jezus Christus, waarvan men nooit heeft verwacht dat die mogelijk zou zijn. En men vraagt zich daarbij af: Hoe kunnen die samenwerking uitleggen en verklaren; de drie-eenheid ontstaat. Zie ook de belijdenis van Anthanasius.

De drie-eenheid is als dogma zelf geen onderdeel van de Schrift, maar kan er wel uit worden herleid. Dat betekent concreet, dat je moet zoeken in de Bijbel naar de onderdelen en ook de relatie tussen de onderdelen, die samen tot het dogma hebben geleid. Het is belangrijk in te zien dat, in dit geval, het dogma de Schrift tracht na te spreken. Vandaar de tamelijk uitgebreide belijdenis van Anthanasius. Maar ook is de conclusie gerechtvaardigd dat sommigen het dogma dus niet hoeven te begrijpen, want uiteindelijk is het niet meer of minder dan een poging uit te leggen wat men in de Schrift heeft ontdekt en hoe men dit nu het beste kan uitleggen aan gelovigen die nu niet zo bekend zijn met de inhoud van de Bijbel in algemeen en het NT (het Evangelie) in bijzonder.

De onderdelen waar het om gaat, zijn: God, Jezus Christus. De relatie (samenwerking) wordt zichtbaar door het werk van de Heilige Geest. Zoals de Bijbel er over praat, zijn zowel de Vader, Jezus Christus als ook de Heilige Geest, personen. Er is echter maar één God. Maar nu komt het: De Vader is niet Zoon; de Zoon is niet de Geest en de Geest is niet de Vader, maar samen zijn ze wel God. De onderscheiden personen worden zichtbaar door hun onderscheiden werken, maar uit hun gezamenlijke werken wordt de (drie) eenheid in God zichtbaar.

Ik zou ook nog kunnen zeggen dat de drie personen zo één zijn, dat geen persoon zonder de andere kan bestaan. De Zoon bestaat niet zonder de Vader en de Zoon kan door de Vader niet worden verwekt zonder de Heilige Geest. Vandaar er onder het oude verbond nog geen sprake was van de Vader, omdat de Zoon er nog niet was; daarvan kon pas sprake zijn nadat de Zoon letterlijk door de Heilige Geest in de mens werd verwekt.

De drie-eenheid is dus een al dan niet beknopte belijdenis: niet meer of minder. Maar het getuigenis van deze belijdenis kan pas worden doorgrond nadat men als eerste de personen (h)erkent en vervolgens de samenwerking (en daarmee de eenheid) belijdt. Dan geloof je in de drie-eenheid, al kun je dat niet uitleggen.

Definities

Als je nu eens begint met de definities:

  • De Zoon is niet de Vader of de Geest;
  • De Vader is niet de Geest of de Zoon;
  • De Geest is niet de Vader of de Zoon;
  • Maar God is alledrie.

De Vader en de Zoon en de Geest zijn één in God, één van zin en één in streven en als zodanig onverbrekelijk met elkaar verbonden en niet te scheiden. Deze eenheid is alleen in de niet-natuurlijke wereld te doorgronden. Het onderscheiden van de drie personen kan alleen maar in de natuurlijke wereld, omdat wij (als mensen) alleen kunnen denken in tijd en ruimte (plaats). Ons denken is (zolang we in het ‘vlees’ zijn) daaraan onderworpen.

Dat impliceert dat we de eenheid in God niet kunnen ‘zien’. En dat komt omdat we God zelf niet kunnen zien. Ik denk zelfs dat we God nooit letterlijk kunnen zien, maar dat terzijde. Hoe het ook zij, als mens kunnen we God niet zien, maar wel de onderscheiden personen. Maar omdat zowel de Vader, als de Zoon, als de Geest onzichtbaar (geestelijk) zijn, is het enige dat we kunnen zien het effect of het functioneren of de werken, die vanuit de personen verricht, wel voor een mens zichtbaar en herkenbaar kunnen zijn. En in die werken kun je ‘zien’ dat de personen binnen de Godheid één zijn. Ten eerste doet geen van de Personen iets zonder de ander, maar ze zullen elkaar ook nooit tegenwerken. Ze functioneren als het ware als één geheel waardoor ze tonen een eenheid te vormen.

In ons spreken zijn we eigenlijk gewend geraakt aan de idee, dat God zelf ook een persoon is binnen de Godheid. Dat verklaart de moeite die sommigen hebben met de uitspraak dat er één God is. Immers als Jezus God is, dan is dat tegelijk een tegenspraak in zichzelf. Sommigen denken dan ook dat er met God contact mogelijk is buiten de drie personen om. Het is een, overigens begrijpelijk, misverstand. Het feit is echter, dat niet alleen vóór Christus geen mens rechtstreeks contact met God kon hebben, maar dat dit ook ná Christus niet mogelijk is.

Ik durf te beweren (ik sta open voor discussie op dit punt) dat de Godheid voor de mens altijd onzichtbaar en dus onbereikbaar blijft: de enigen waarmee we echter wél contact kunnen hebben zijn de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Maar we dienen goed tot ons te laten doordringen, dat dit contact slechts mogelijk is gemaakt door de mens Jezus Christus. En precies om die reden zijn óók de Vader en de Geest, alleen via Hem bereikbaar. De Vader leer je kennen als de Heilige Geest jou tot Zoon maakt en de Zoon leer je kennen omdat dezelfde Geest die Jezus tot Zoon heeft gemaakt ook in jouw zijn werk doet.

En zo wordt uiteindelijk in elke opnieuw geboren ‘christen’ ook de drie-eenheid zichtbaar. Maar dit alles geeft één grote consequentie weer, waar niemand omheen kan en dat is dat God alleen via Jezus Christus te benaderen is én dat die Weg beschikbaar is zolang je Deze loopt. Dat komt omdat Jezus naast Weg, ook de Waarheid is, maar ook het Leven. Dat betekent niet dat Hij een pakketje is, dat je mee kunt nemen en kunt uitpakken als je dat zo uitkomt, maar dat Hij voortdurend tussen jou en het leren kennen van God in beweegt. En vergeet niet, dat de Godheid slechts herkenbaar is in de Vader, de Zoon en de Geest samen.

PS: Daarom denk ik, dat je overal waar in het nieuwe testament sprake is van God, je dan rustig Vader én Zoon én Geest daarvoor in de plaats mag denken. Die personen samen zijn de concretisering van de onzienlijke God in ons denken. Elke andere benadering mag je, wat mij betreft, als onbijbels terugwijzen.

PPS: Doordat het WTG aan de Godheid, die onder het oude verbond niet zichtbaar was, de naam Jehovah heeft gegeven, heeft men van de Onzienlijke en Ondoorgrondelijke een persoon gemaakt, die we vervolgens met ons menselijke en beperkte begrip willen/kunnen beredeneren. Men heeft dus een beeld gecreëerd van de God waar geen beeld van te creëren valt. Dus moest men een oplossing vinden voor de persoon van Jezus, die in hun optiek, uiteraard niet bij de persoon Jehovah gevoegd mag worden. Je zou dan immers erkennen dat er twee Goden zijn? Immers als Jehovah zelf een beeld is en daar Christus bijplaatst, die Zelf ook weer een beeld van God is, heb je dus uiteindelijk twee beelden, die hetzelfde voorstellen. En dat kan dus niet. Het is evenwel dezelfde denkfout die in de Islam wordt gemaakt, maar ontstaat omdat men niet geestelijk kan denken.

Drie personen?

Primair voor mij is echter jouw visie op God in algemeen, en jouw visie op de Zoon, de Vader en de Heilige Geest in het bijzonder; het zegt mij dat wij op het gebied van het geloof in – en het verstaan van de Bijbelse boodschap, op twee totaal verschillende en onverenigbare wegen lopen. We kunnen dus wel praten over de Bijbel en haar boodschap en visies uitwisselen; we zullen echter altijd oneens blijven op één punt: Dat God Jezus Christus zodanig tussen de mens en Hem heeft geplaatst, dat niemand de Vader kan leren kennen buiten de Zoon om.

Je kunt alleen van een Vader spreken als je de Zoon kent en je kunt alleen maar van een Zoon spreken als je de Heilige Geest hebt. Zonder Zoon herken je de Vader als zodanig niet en zonder de Heilige Geest herken je de Zoon als zodanig niet. En dan hebben we het nog niet eens over de gelovige zelf en hoe deze, ook weer, door de Heilige Geest wordt ingelijfd in de eenheid, die er is tussen de Vader en de Zoon.

Dus vergeet het dogma van de drie-eenheid; laten we het eerder hebben over de principes die ik hierboven in grove lijnen schilder. Al was het enkel maar om alsnog te ontdekken dat we het niet met elkaar eens zijn. Zoals ik al eerder aangaf: inzicht is niet het resultaat van de reden of kennis, maar wordt je geschonken. Altijd.

In de kern

In de kern is het dogma van de drie-eenheid geheel secundair en dus feitelijk onbelangrijk. De reden is, dat het dogma tracht een nieuw fenomeen, dat in de Bijbel wordt gesignaleerd, een plaats te geven en te verklaren:

  • Onder het oude verbond bestond geen directe relatie tussen God en de mens;
  • Onder het nieuwe verbond is er sprake van één relatie tussen God en de mens, namelijk met die Ene mens, Jezus Christus;
  • De relatie tussen God en alle overige mensen verloopt uitsluitend via de Zoon Jezus Christus.

Wil je een relatie met God hebben, dan zul je als eerste een relatie met de Zoon moeten hebben; dan heb je als vanzelf óók een relatie met de Vader. Met andere woorden: je kunt nooit rechtstreeks met de Vader een relatie hebben. En juist dat aspect maakt van de leer van de Jehovah Getuigen een pure dwaling. Al het andere bevindt zich op hetzelfde platte en horizontale niveau als elke andere religie. De relatie met de Vader/Zoon is dan ook niet religieus, maar Geestelijk van karakter.

Q

Neem contact op met de beheerder

U kunt onderstaand formulier gebruiken voor uw vraag, opmerking, correctie of aanvulling. Als uw bericht een specifiek artikel betreft, vergeet dit dan niet te vermelden. Indien u persoonlijk antwoord wilt ontvangen, geeft u dan u e-mailadres op. Uw bericht wordt dan niet op de website behandeld.
NB: Uw e-mailadres wordt niet door mij bewaard en ALLEEN gebruikt als u een persoonlijk antwoord wenst. Uw vraag/opmerking komt alleen bij mij terecht.

Neem contact met me op

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken