Israël – van beeld naar werkelijkheid

Het plaatje hierboven: Jeruzalem (met de tempel op de voorgrond), gezien vanaf de Olijfberg (www.CIDI.nl)

Hoe moeten we, als christenen – niet uit het volk Israël – omgaan met het oude testament? En dan in het bijzonder de boeken met een profetische inhoud. Voor de boeken in het oude testament geldt, dat ze alle zijn geschreven voor de komst van Christus. Zo op het eerste gezicht lijkt het te gaan over de geboorte en ontwikkeling van het volk Israël. En inderdaad spreekt het oude testament veel over Israël. Maar het is niet Israël dat centraal staat…

De Schrift vertelt Gods geschiedenis

In feite gaat het over de voorbereidingen die nodig zijn voor de komst van Christus. Zijn komst is hét onderwerp van de Schrift voor het nieuwe testament. Dat spreekt weer over de consequenties van Zijn komst. De Bijbel spreekt in totaliteit dan ook over de geschiedenis van Gods handelen. Dus geen wereldgeschiedenis, maar God-geschiedenis.Het is nog maar de vraag, dat als Jezus niet was gekomen, wij, als heidenen en dus niet behorend tot het volk Israël, ooit wel zouden hebben geweten van een oude testament. Immers, zou je alles uit het oude testament verwijderen dat direct – of indirect met de Christus te maken heeft, hield je waarschijnlijk alleen de wet over. En zelfs die wijst nog op Christus. Daarnaast zou het nieuwe testament uiteraard niet eens zijn geschreven. Met andere woorden: Christus draagt de complete Bijbel.

De vraag wordt dus vanzelf interessant of er zelfs wel een volk Israël zou zijn geweest, als het voortbrengen van de Christus niet het doel was geweest? Uiteraard wordt die vraag impliciet in het volgende artikel behandeld. In elk geval is de eindconclusie dat Israël ten dienste staat van Christus en niet andersom. 

De meeste christenen zijn het er wel over eens, dat Israël het centrum is van de wereldgeschiedenis. Zonder de komst van Jezus was Israël op z’n best niet meer geweest dan een klein volkje met een geheel eigen religie. Ik ga dan even voorbij aan de gedachte, dat zonder Jezus helemaal geen sprake was geweest van een volk Israël met een eigen religie.

Maar goed. Net zoals je het Boeddhisme hebt of een willekeurige andere Oosterse godsdienst, zouden we ook tegen het Judaïsme hebben aangekeken. Interessant voor de geïnteresseerde, maar niet voor de leek. Het aantal proselieten was wellicht wat groter geweest. En zeker onder invloed van het internet hadden steeds meer mensen over de gehele wereld kennis kunnen maken met het geloof van het volk Israël. Maar hoe het ook zij: het had het nooit hebben geschopt tot wereldgodsdienst.

Jezus is het centrum van de Schrift

Waarom dat dan wel het geval is, ligt puur aan het feit, dat de Verlosser van de wereld zich in eerste instantie aan het volk Israël heeft geopenbaard. Die openbaring was het gevolg van de belofte die aan de vaderen van Israël is gedaan. Paulus zegt:

  • Handelingen 13:32 (NBG1951) ‘En wij verkondigen u, dat God de belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken’
  • Handelingen 13:23 (NBG1951) ‘Uit zijn geslacht heeft God naar de belofte voor Israël de Heiland Jezus doen komen’

En vanuit die eerste openbaring is de Christus in woord en geschrift zo langzamerhand in golven de hele wereld overgegaan. Zoals een tekst in het oude testament al vooruit aankondigt:

  • Jesaja 52:10 ‘De HERE heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volken en alle einden der aarde zullen zien het heil van onze God.’

En verderop zegt dezelfde profeet:

  • Jesaja 66:18 ‘Want Ik [ken] hun werken en hun gedachten; [de tijd] komt om alle volken en talen te vergaderen; zij zullen komen en mijn heerlijkheid zien’.

Het boek Openbaring, dat verhaalt over de gebeurtenissen die ‘in het laatst der dagen’ in de onzienlijke wereld plaatsvinden, zegt:

  • Openbaring 11:15 ‘En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.’

Christus, de Hoop voor de wereld

Het was de bedoeling, dat vanuit dit kleine en in de ogen van de wereld, onaanzienlijke volkje, het Evangelie van de Christus de wereld over zou gaan. Dat was de Belofte die aan de stamvader Abraham was gedaan. Als eerste zou het heil aan Israël worden geopenbaard en vervolgens zou uit Israël de Verlosser voor de gehele wereld komen. Petrus, één van de eerste discipelen van Jezus, zegt het na de uitstorting van de heilige Geest als volgt:

  • Handelingen 2:39 ‘Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal.’
  • Handelingen 3:19–20 ‘Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is.’

en:

  • Handelingen 3:25–26 ‘U bent kinderen van de profeten en van het verbond dat God met onze vaderen sloot, toen Hij tegen Abraham zei: En in uw Nageslacht zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. God, Die Zijn Kind Jezus heeft doen opstaan, heeft Hem eerst naar u gezonden om u hierin te zegenen dat Hij ieder van u zou afbrengen van zijn slechte daden.’

Alle woorden in het oude verbond die van Godswege zijn gesproken houden zich fundamenteel bezig met de realisatie van de Belofte. Ook de ervaringen van het volk Israël, hun omgaan met de woorden van God, de beloften en toezeggingen, dienen uiteindelijk maar één ding: de komst van het Koninkrijk Gods voor alle mensen van alle tijden. Het concrete spreken betreft het volk Israël. Dat betekent dat, in eerste instantie in elk geval, het spreken niet de heidenen betreft.

Gods eerste zorg in de tijd voor de komst van Christus is het verzorgen van de wieg, waarin de Verlosser uiteindelijk ter wereld komt. De Belofte is de uiteindelijke realisatie van het Koninkrijk van God, maar Degene via Wie dat Koninkrijk wordt gerealiseerd is Jezus. De heidenen staan gedurende deze periode op een zijspoor. Ze worden in de gelegenheid gesteld hun eigen weg te gaan.

Het volk baart de Zoon

Gelijkertijd wordt via Abraham een volk geformeerd, dat uiteindelijk de Verlosser zal voortbrengen. Maar in dit alles is niet het volk het middelpunt, alhoewel het dat wel steeds van zichzelf denkt, maar de Verlosser. De keuzes die God hier maakt zijn autonoom. God is voor het realiseren van zijn plannen van geen mens of volk afhankelijk. Hij heeft gesproken en volvoert wat Hij heeft gesproken. Dat is waar iedereen, die de woorden van God hoort vanuit kan gaan: Hij doet wat Hij belooft.

Maar eerst klinken die woorden voor – en in het midden van Israël. Te beginnen bij Abraham begint God in geregelde orde uiteen te zetten wat de volgende stappen zullen zijn en wat het doel van Zijn bemoeienis zal zijn met het volk Israël. Maar al eerder heeft God aangegeven, waar het uiteindelijk op zal uitlopen.

Nadat het eerste mensenpaar de deur wijd open had gezet voor de vergankelijkheid en de dood als koning in de schepping was gaan heersen, werd al aangegeven, dat het niet altijd zo zal blijven. Er komt een moment, dat de orde in de schepping terugkeert en dat uiteindelijk God alsnog alles in allen zal zijn. Dat is in feite de belofte die universeel aan de mensheid, dat wil zeggen aan het eerste mensenpaar, is gegeven. Dat vele eeuwen later Abraham de toezegging krijgt, dat uit zijn lendenen de Verlosser geboren zal worden en dat op grond van zijn vertrouwen in de aan hem toevertrouwde woorden van God, hij de vader van vele volken zal worden genoemd, doet die eerste belofte niet teniet. Het is hooguit een tijdelijke versmalling van het pad waarlangs God zijn toezeggingen waarmaakt.

Vervolgens zullen van nu aan alle woorden die Israël te horen krijgt, slechts één doel dienen: het aankondigen van de Verlosser en het uit Hem voortvloeiende herstelwerk. Dat herstelwerk, ook weer geconcentreerd rond één, ditmaal onzichtbaar en geestelijk volk, mondt dan uit in de totale heerschappij van God in de hemel maar ook op de aarde: het Koninkrijk van God. Maar voordat de Verlosser er is, wordt eerst een raamwerk van beloften gecreëerd. Zodat wanneer de Verlosser in de volheid van de tijd geboren wordt, iedereen die er bij betrokken is, de vervulling zo kan teruglezen en kan concluderen, dat God inderdaad een Waarmaker is van zijn Woord en dat dus geen ding bij Hem onmogelijk is.

Israël kon ’t weten …

Dit alles betekent concreet, dat hetgeen in het oude testament is genoteerd als eerste voor het volk Israël is bedoeld. Dat geldt met name voor wat de profeten spraken. Zij hadden het gelovige volk, dat rondom hen leefde, op het oog. Voor hen waren de woorden bedoeld. Over hun hoofden heen werden niet de overige volken aangesproken. Het is voor anderen dan de in de schriften onderwezen leden van het volk Israël, slechts mogelijk om de woorden in het oude testament te begrijpen, als men de Schrift met terugwerkende kracht benadert via de komst van de Christus. Het is de Schrift die van Christus getuigt. Een goed begrip ‘vanaf de andere kant’ (dat is vanaf het Oude Testament) is alleen maar mogelijk voor hen die in de Schrift zijn doorkneed. En dat geldt maar voor één groep: het onderwezen volk Israël.

Het onderwezen volk Israël was op grond van de geschriften in staat om de tekenen van de tijd te herkennen. Velen uit het volk Israël deden dat dan ook en verwelkomden de nieuwe tijd van ganse harte. Dat herkennen was dan ook alleen maar mogelijk omdat de profeten zonder uitzondering steeds maar over één ding spraken: de komst van de Verlosser en de tekenen die Hem zouden vergezellen. Maar ook wat van Zijn komst het gevolg zou zijn.

Dat Israël de geestelijke strekking niet zag, wil niet zeggen dat Israël Jezus niet als Koning kon herkennen. De Schrift is daarin ondubbelzinnig. Israël was echter ongehoorzaam. Vandaar dat Jezus uitroept over Jeruzalem: ‘Hoe dikwijls heb ik u willen vergaderen, maar gij hebt niet gewild’.

Het volk Israël heeft echter op zich nooit willen inzien, dat de Verlosser, de Koning zou zijn van een hemels en dus onzichtbaar Koninkrijk. De profeten wisten (zagen!) dat wel. Dat was hun persoonlijk geopenbaard:

  • 1 Petrus 1:12 ‘Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.’

Zij bedienden zich echter van beelden uit de natuurlijke wereld, die spraken van een geestelijke realiteit. Op deze wijze werd het volk Israël zelf een beeld en een voorschaduw van een nog te realiseren werkelijkheid. Het volk Israël was een natuurlijk volk met natuurlijke wetten, een natuurlijke besnijdenis, een natuurlijke tempel, natuurlijke priesters en een natuurlijk koningschap.

Het was een beeld voor de realiteit die voorzag in een geestelijk – en dus wereldomvattend volk; met geestelijke wetten geschreven in de harten van mensen; een geestelijke besnijdenis van het geestelijk hart, dat een onvergankelijke en hartelijke toewijding voorstelt; een geestelijke tempel gebouwd van levende stenen; een geestelijk priesterschap van alle gelovigen en een geestelijke Koning, die Zich ten doel heeft gesteld alle dingen in zichzelf te herstellen en uiteindelijk aan God terug te geven, zodat Deze alles in allen zal zijn.

Eerst het natuurlijke, …

De profeten spraken dus over geestelijke realiteiten, die werden ‘bevestigd’ in de natuurlijke wereld. Tenminste zolang de Beloofde nog niet was verheerlijkt. Zodra de beloofde Verlosser zijn intrek bij de Vader zou nemen, zou er geen natuurlijke vervulling van de beloften meer noodzakelijk. Het beeld zou zijn werk hebben gedaan en in functie overbodig zijn geworden. Zodra de werkelijk zich zou aandienen, was de periode van beelden en toespelingen voorbij. Vandaar dat na de verheerlijking van Christus het beeld van het volk Israël, dat uiteindelijk maar één doel diende: de Verlosser voortbrengen, zijn functie heeft verloren. En dat gold niet alleen voor het volk als zodanig maar voor alles dat daarmee samenhing.

De reden voor dit alles was dat het volk Israël niet in staat was om rechtstreeks in de geestelijke wereld te zien, laat staan te wandelen. Ze waren slechts in staat om de beelden en tekenen die in de natuurlijke wereld te zien waren te beoordelen. Maar omdat ze op den duur niet meer in de gaten hadden dat het natuurlijke gevolgd dient te worden door het geestelijke, ‘zagen’ ze alleen nog maar wat voor ogen is.

Paulus geeft aan, dat het natuurlijke eerst komt en daarna het geestelijke:

  • 1 Corinthiërs 15:46 ‘Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke.’

Er is eerst een ontwikkeling in het natuurlijke. Maar het natuurlijke is niet de werkelijkheid; dat is het geestelijke. De geestelijke realiteit werd aan verschillende gelovigen in het oude verbond via beelden werd getoond. Daarbij kregen zij de opdracht om in de natuurlijke wereld iets te maken, dat als weergave van het ’voor’beeld kon dienen.

  • Handelingen 7:44 ‘De tent der getuigenis hadden onze vaderen in de woestijn, zoals Hij het geboden had, die tot Mozes zeide, dat hij haar moest maken naar het voorbeeld, dat hij gezien had’.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën zegt over de tradities rond de tabernakel:

  • Hebreeën 8:5 ‘Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg.’

Israël als voorbeeld

Zo was het volk Israël onder het oude verbond ook een voorbeeld:

  • 1 Corinthiërs 10:5–11 ‘En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden. Wordt ook geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zette zich neder om te eten en te drinken, en zij stonden op om te dansen. En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op een dag drieëntwintigduizend. En laten wij de Here niet verzoeken, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de slangen. En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel. Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.’

Paulus schrijft aan de gemeente te Rome:

  • Romeinen 15:4 ‘Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften de hoop zouden behouden.’

Op grond van wat het volk Israël is overkomen, vanwege hun ongehoorzaamheid aan de geestelijke realiteit die achter de ’voor’beelden verborgen was, roept de schrijver de gelovigen op om inzet te tonen:

  • Hebreeën 6:11 ‘Maar wij verlangen ernaar dat ieder van u dezelfde inzet toont, tot volle zekerheid van de hoop, tot het einde toe,’

Het doel is dat uiteindelijk vrucht wordt voortgebracht. Die vrucht zijn de beloften:

  • Hebreeën 6:12 ‘opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.’

Beloften worden realiteit

Die beloften zullen zeker realiteit worden. Daar kunnen we zeker van zijn, omdat God een eed heeft gedaan:

  • Hebreeën 6:13–14 ‘Want toen God Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die hoger was, kon zweren. Hij zei: Voorzeker, rijk zal Ik u zegenen en overvloedig zal Ik u in aantal doen toenemen.’

De belofte was, dat Abraham vele nakomelingen zou hebben. Nu heeft Abraham die vele nakomelingen niet persoonlijk gezien. Maar hij zag wel Izaäk, die als de (voor)vervulling van die belofte gold:

  • Hebreeën 6:15 ‘En zo heeft hij de belofte verkregen na daar geduldig op gewacht te hebben.’

Maar de erfgenamen van de beloften heeft Abraham nooit gezien. De erfgenamen zijn zij, die in hetzelfde geloof wandelen als waar Abraham in heeft gewandeld:

  • Hebreeën 6:16–19 ‘Mensen zweren immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak. Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed, opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden. Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel.’

Maar net als Abraham geduld moest hebben en toch zijn geduldig uitzien naar de vervulling beloond zag, zo wordt ook de gelovigen aangeraden om geduldig te zijn:

  • Hebreeën 10:35–36 ‘Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen.’

Conclusie

Jezus Christus bevindt zich in het centrum van Gods gedachten. Alles dat is geschapen, maar ook alles dat nog wordt hersteld, heeft Christus als reden of fundament. Het volk Israël is door God geroepen om onder het eerste verbond de weg te bereiden voor de mens Gods, die zich aan heel de schepping als Redder, Verlosser en Volbrenger zou manifesteren.

Israël heeft zijn taak volbracht. De tijd van de schaduw is definitief voorbij; de periode van het herstel is in Christus aangevangen. In deze tijd gaat het oordeel over de wereld en worden de satan en zijn trawanten definitief verslagen. Christus is bezig zijn Gemeente op te bouwen en als deze is volgroeid, zal Hij haar aan God overdragen.

Daarna is de hele schepping vervuld van Gods liefde en brengt ze Hem, in die hoedanigheid, de eer en de aanbidding. Een hulde, die alleen onze God en Schepper toekomt. Het plan van God, dat Hij in vroeger tijden reeds heeft aangekondigd, zal dan zijn voltooid. Het tijdelijke is voorbij en de eeuwigheid neemt een aanvang.

Pas dan is de belofte van God, die hij doet vóór het scheppen van de natuurlijke mens, vervuld in volle omvang:

  • Genesis 1:26 (HSV) ‘En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!’

De mens Gods, die is geschapen naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis, heeft de aarde in bezit gekregen en kan haar nu pas echt bewerken en onderhouden:

  • Genesis 1:28 (HSV) ‘En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!’

Jezus Christus heerst in Gods Koninkrijk

“… Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”.

Matthew 24:13-14 (NBG1951)

Abonneren?

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

u

Heeft u een vraag...

en/of een opmerking?

...neem dan contact op.

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken