Gods ogen

Zo nu en dan debatteer ik over zaken die mijn aandacht vragen, op „Credible – Grootste christelijke forum in Nederland & België“. Het onderstaande citaat komt uit een omvangrijker reactie op een bericht van mij. Nu heeft het weinig zin om op deze plaats het hele draadje te herhalen, maar het onderstaande citaat bevat voldoende materiaal om er een zelfstandig artikel aan te wijden. Ik heb, in verband met de context, het citaat overgenomen as is. Op ‘de eilandbewoner’ ga ik verder niet in, omdat de gedachte die ik daarin verwoord op zichzelf wel duidelijk is, denk ik. Daarnaast wijs ik op de toonzetting in het citaat, die kenmerkend is voor sommige schrijvers op dit „Grootste christelijke forum in Nederland & België“. Wat de kwaliteit is van het getuigenis dat daarvan uitgaat, kunt uzelf beoordelen. Uiteraard heb ik het forum (Credible) van het bestaan van mijn – onderstaand – artikel op de hoogte gebracht.

Iemand op het forum merkte op:

Jouw suggestie van “Echter, aan de andere kant, als jouw eilandbewoner geen hart heeft dat volkomen naar God uitgaat, zal hij de weg naar Gods hart nooit ontdekken, al spoelt er een container met bijbels aan.” is ongenuanceerd en zwart/wit uitgedrukt, en het is bovendien on-Bijbels. 

Uit je ongenuanceerde suggestie blijkt dat je 2 Kron 16:9 niet goed hebt begrepen en dat je op een bekrompen wijze hebt getracht om het te suggereren in de context van die eilandbewoner.

Dat de ogen des Heren over de gehele aarde gaan, om krachtig bij te staan wiens harten volkomen naar Hem uitgaan, omdat ze Hem bijzonder kostbaar zijn, betekent nog niet dat Hij niets geeft om mensen wiens harten niet volledig naar Hem uitgaan. Jezus Christus sprak niet voor niets over de gelijkenis van de zaaier Mat 13:1-23

Een schrijver op het forum

In dit artikel zal ik mijn uitleg/commentaar op de tekst in 2 Kron. 16:9 geven. Ook zal ik de eventuele relatie tussen die tekst en de gelijkenis van het zaad (Matth. 13) bespreken en zal ik een antwoord geven op de vraag waarom God alleen maar „krachtig bij staat hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat“.

Gods ogen over de aarde

De tekst luidt als volgt:

Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

2 Kronieken 16:9 (NBG1951)

Uiteraard valt deze tekst binnen een context, maar die komt straks aan de orde. De forumschrijver, maakt echter een, op Fora veel voorkomende fout en dat is dat hij mij een drogredenatie in de mond legt. Dat gebeurt vaker. Deze vorm van drogredeneren komt vooral voor bij hen die de alverzoening leren. Hij zegt namelijk: „Dat de ogen des Heren over de gehele aarde gaan, om krachtig bij te staan wiens harten volkomen naar Hem uitgaan, omdat ze Hem bijzonder kostbaar zijn, betekent nog niet dat Hij niets geeft om mensen wiens harten niet volledig naar Hem uitgaan.“  Hetzelfde type drogredenatie vindt in deze opmerking plaats: „Zó bestaat bij God, de wil niet, dat iemand verloren gaat“. Men laat er dan direct op volgen: „en dus wordt iedereen behouden“.

Buiten het feit dat deze tekst niet zo in de Bijbel staat en dat het hier niet gaat over alle mensen, kun je de opmerking niet omdraaien. Dat God niet wil dat er iemand verloren gaat, betekent niet dat iedereen ‘dus’ behouden wordt. Hetzelfde geldt voor onze tekst in Kronieken: God staat een bepaalde, selecte groep terzijde, maar dat impliceert natuurlijk niet dat Hij alle anderen aan hun lot overlaat en niets om hen geeft.

Wat is de echte vraag?

In feite loopt de forumschrijver tegen een ander probleem aan waar wel meer gelovigen mee worstelen: Wat is er eerst: de vraag, het hart dat volkomen naar God uitgaat, of het antwoord: God die eerst het hart bewerkt, zodat de vraag ontstaat? Anders gezegd: hoe kan een hart volkomen naar God uitgaan, als niet eerst dat hart met het Evangelie bekend is gemaakt? 

Om die gedachte te onderbouwen wijst hij op Mattheüs 13 waar gesproken wordt over de gelijkenis van het zaad:

En Hij sprak tot hen vele dingen in gelijkenissen en zeide: Zie, een zaaier ging uit om te zaaien. En bij het zaaien viel een deel langs de weg en de vogels kwamen en aten het op. Een ander deel viel op de steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had, en terstond schoot het op, omdat het geen diepe aarde had, maar toen de zon opkwam, verschroeide het en omdat het geen wortel had, verdorde het. Een ander deel viel op de dorens en de dorens kwamen op en verstikten het. Een ander deel viel in goede aarde en het gaf vrucht, deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig. Wie oren heeft, die hore!

Mattheus 13:3-9 (NBG1951)

In, onder andere, Lukas 8:11-15 (HSV) wordt de gelijkenis toegelicht: „Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord van God. Zij bij wie langs de weg gezaaid wordt, zijn zij die het horen; maar daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet geloven en zalig worden. Zij bij wie op de rots gezaaid wordt, zijn zij die het Woord met vreugde ontvangen, wanneer zij het gehoord hebben. Maar dezen, die maar voor een bepaalde tijd geloven, hebben geen wortel, en in een tijd van verzoeking worden zij afvallig. En bij wie het zaad in de dorens valt, dat zijn zij die het hebben gehoord, maar die gaandeweg door de zorgen en rijkdom en genietingen van het leven verstikt worden en geen vrucht dragen. En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen“.

In de gelijkenis gaat het over het ‘zaaien’ van het woord van God en de reactie van hen die het ‘horen’. Dit proces van ‘zaaien en oogsten’ is mogelijk geworden, omdat sinds de komst van Jezus het Evangelie kan worden verkondigd. Het zaad (het Woord) wordt aan iedereen verkondigd, ongeacht de staat van hun hart. In de gelijkenis wordt niet duidelijk gemaakt, waarom het zaad bij de één op de goede plaats en bij de ander op de verkeerde plaats terecht komt. Hier wordt dus niets gezegd over de status van het hart, zoals dat wel het geval is in 2 Kron. 16:9, maar wel dat het Evangelie bij iedereen bekend wordt gemaakt.

Een zijsprong

Onder het oude Israël was er nog geen Evangelie dat naar de heiden kon worden gebracht. Toch heeft de uitspraak van de profeet in 2 Kronieken betrekking op Gods zoeken over de hele aarde. Dat impliceert dat er wel degelijk mensen (heidenen) gevonden konden worden, die een hart hadden dat volkomen naar God uit ging. De vraag is dus, waaraan God dat hart, dat volkomen naar Hem uitgaat, herkent, zonder dat daar enige kennis van het Evangelie aanwezig is. 

We vinden het antwoord in de context van 2 Kron. 16:9. In het gedeelte voor deze tekst staat:

In die tijd kwam de ziener Chanani tot Asa, de koning van Juda, en zeide tot hem: Omdat gij gesteund hebt op de koning van Aram en niet gesteund hebt op de HERE, uw God, daarom is het leger van de koning van Aram aan uw macht ontkomen. Waren de Kusieten en de Libiërs niet een groot leger met zeer veel wagens en ruiters? Toch heeft de HERE hen in uw macht gegeven, omdat gij op Hem gesteund hebt.

2 Kronieken 16:7-8 (NBG1951)

De profeet stelt hier de hartsgesteldheid van Asa aan de orde. Asa steunt op mensen en niet op God. Z’n daden maken dit duidelijk. Onder het  nieuwe verbond zouden we kunnen zeggen: Asa stelt alleen vertrouwen in zichzelf. De profeet zegt dan ook: als je op God had vertrouwt, was je succesvol geweest. En dan spreekt hij dat wat we lezen in onze tekst. Hieruit blijkt dat de hartgesteldheid dus van belang is voor God om met hulp te komen. Een hart dat op zichzelf vertrouwt is een blokkade. Dus zoekt God naar mensen die een volkomen besef hebben van het feit dat ze bij het werken in eigen kracht altijd tekortschieten. Die kan Hij krachtig bijstaan en ondersteunen, want hun hart roept om hulp. Dat het hart van Asa niet toegankelijk was voor de hulp van God, blijkt uit het vervolg:

Toen werd Asa vertoornd op de ziener en hij zette hem in de gevangenis, want hij was hierover verbolgen op hem. Asa mishandelde in die tijd ook enigen uit het volk.

2 Kronieken 16:10 (NBG1951)

Hartgesteldheid

Een hartgesteldheid is aanwezig en bepaalt uiteindelijk of het hart toegankelijk is voor Gods hulp. Het kan echter wel zijn, dat een mens dat pas later in z’n leven doorkrijgt. De boze kan zo’n mens zodanig (extern of intern) bezighouden, dat hij als het ware geen tijd (of inzicht) heeft, zijn eigen hartgesteldheid te beseffen. Maar de troost is wel, dat God hem desondanks weet te vinden en hem niet in de steek laat. Blijft wel overeind, dat hij uiteindelijk wel zijn zwakke staat zal moeten erkennen en bereid moeten zijn zich aan God over te geven. De erkenning dat hij zichzelf niet kan helpen, is een besef dat op kan komen ongeacht of hij eerst het Evangelie heeft gehoord. In dit geval wijst het Evangelie hem wel de weg. Maar als dat dan aan hem wordt verkondigd is dat ten gevolge van het feit dat God al bij hem langs is geweest om hem krachtig bij te staan. 

Daarmee keren we weer terug naar de gelijkenis. In de gelijkenis zijn twee categorieën gelovigen: zij met de juiste hartgesteldheid en zij met een onjuiste hartgesteldheid. De laatsten kunnen worden onderverdeeld: In mensen die het woord horen, maar er niets mee doen; zij die er hun voordeel wel in zien, maar wat later tegenvalt en zij die zich toch weer richten op zichzelf. Maar de eersten, degenen met de juiste hartgesteldheid, zijn blij zich te onderwerpen aan hun Heer en verheugen zich in Zijn zorg voor hen. Zij brengen vrucht voort. 

We kunnen hieruit dus concluderen , dat God bij deze gelovigen al langs is geweest: dat het zaad bij hen in goede grond valt en zij rijke vrucht voortbrengen is hier het bewijs van. In het geval van Asa stond hij helemaal niet open voor een ingrijpen van God; hij volhardde dan ook in het volgen van zijn eigen weg in eigen kracht.

Jezus Christus heerst in Gods Koninkrijk

“… Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”.

Matthew 24:13-14 (NBG1951)

u

Heeft u een vraag...

en/of een opmerking?

...neem dan contact op.

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar een ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers. 

Q

Login voor reacties en gesprekken