Geloof en Wetenschap

Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt, wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt, en de mensenzoon, dat U naar hem omziet? (…) En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen.

Psalm 8:4-5 (HSV) + Romeinen 1:28 (HSV)

Wat is geloof? En wat is wetenschap? Is de wetenschap het geloof van de moderne mens, die heeft geleerd na te denken? Is het geloof achterhaald, omdat de wetenschap nu op levensvragen antwoorden kan geven, die vroeger gewoonweg buiten bereik lagen. Pas geleden heb ik iemand horen zeggen, dat het bestaan van God vroeger als een soort stoplap werd gebruikt, wanneer er vragen gesteld werden die men vanuit de wetenschap (nog) niet kon beantwoorden.

Onder de zon, draait alles rond de aarde

Als men bijvoorbeeld iets in de natuur zag plaatsvinden en men vroeg zich af wat er gebeurde (bijvoorbeeld de zon komt op en gaat een paar uur later weer onder), liep men tegen het feit aan dat er doodeenvoudig geen mogelijkheid was om in te zien, dat de aarde rond de zon draaide en niet omgekeerd. Als een wetenschapper (iemand die het écht wilde weten) dan tot de conclusie kwam dat de aarde rond de zon draait en niet de zon rond de aarde, dan stuitte hij op verzet van degenen die het niét echt wilde weten. De ‘onwetenden’ poneerde dan eenvoudig dat de Bijbel stelde dat de zon rond de aarde draait en dat God dat, blijkbaar, zo had ingesteld. Maar dat zeiden ze niet omdat ze dat hadden uitgezocht, maar omdat ze geen zin hadden om erover in discussie te gaan. Men was eerder bedacht op het gelijk van de Bijbel, terwijl ze er niet bij stil stonden (niet konden weten), dat de Bijbel niet bedoeld is als wetenschappelijk naslagwerk.

Ik ben, als het om professionele wetenschap gaat, een leek. Maar dat betekent niet dat ik niet in staat ben om wetenschappelijk te denken. Maar wel impliceert het, als er een wetenschappelijk gesprek ontstaat rond een fenomeen waar ik geen kennis van heb, dat ik eenvoudig om de tuin te leiden ben. Wetenschappers, vooral die vanuit een atheïstische instelling denken, maken van dit feit handig gebruik. Het is voldoende een aantal voor mij onbegrijpelijke termen of onderzoeken rond te slingeren, om mij het gevoel te geven dat ik op wetenschappelijk niveau (lees hun sterk begrensde vakgebied) een volkomen onbenul ben. Ze hebben dan het liefst dat je bij zoveel vertoon van verbale kennis direct, door ontzag overmand, op je knieën valt en vanaf dat moment je totale onwetendheid belijdt.

Een verwerpelijk denken

Daarom beginnen dit soort mensen ook meteen met het etaleren van hun titels en de opleidingen die ze hebben gevolgd. Ze maken indruk met de status en het niveau van hun denken. Doe je er echter het zwijgen toe en luister je gewoon met je boerenverstand naar wát ze nu eigenlijk context-inhoudelijk beweren, dan gaat je opvallen dat hun claim, dat de wetenschap het geloof inmiddels heeft ingehaald en, sterker, overbodig heeft gemaakt, het karakter heeft van gebakken lucht. Het blijkt dan dat geloof op geen enkele manier beïnvloed wordt door de wetenschap, maar dat de wetenschap, omgekeerd, geheel wordt gedragen door geloof. Anders gezegd: geloof kan zonder wetenschap bestaan, maar wetenschap kan niet bestaan zonder geloof. Het geloof is wat wetenschap kleur en smaak geeft; zelfs zou ik kunnen stellen, dat het geloof de richting, maar ook diepte van het wetenschappelijk onderzoek bepaalt; Wetenschappelijk onderzoek is niet mogelijk zonder geloof. Immers, een wetenschapper onderzoekt, omdat hij verwacht iets te ‘ontdekken’ wat niet eerder is aangetoond, maar waarvan hij wel ‘gelooft’ dat het er is. En dat, mijn beste, is handelen vanuit geloof. 

Ik zei zojuist dat de Bijbel niet is bedoeld als wetenschappelijk naslagwerk. Maar wat is de Bijbel dan wel? Sommigen zeggen, een wetboek. Maar dat is ze ook niet. De Bijbel vertelt iets van het geloof dat de mensen, waarover in de Bijbel wordt geschreven, bezaten. Zij geven van dat geloof getuigenis. Dit geloof zou je innerlijke motivatie kunnen noemen. Maar innerlijke motivatie impliceert verwachting. En verwachting is het zusje van nieuwgierigheid. En die nieuwsgierigheid hoort bij het karakter van de mens. Maar de verwachting ontstond door hetgeen van God aan deze mensen werd geopenbaard. Het waren echter geen wetenschappers in de zin, zoals we dat vandaag de dag verstaan. Ze wisten iets van God. Ze hadden kennis opgedaan van Gods handelen in de tijd waarin ze leefden. Je zou dus kunnen zeggen, dat ze kennis vermeerderden, terwijl ze Gods bewegingen bestudeerden (zie Psalm 8:4-5). Het waren echter op de eerste plaats gelovigen. Zij begrepen dat hun onderzoek van de wereld waarin ze leefden, hen meer kennis en begrip kon geven van de Schepper. Maar, en dit is de kern, ze begrepen ook, dat hun nieuwsgierigheid naar de natuur en het leven dat er in te vinden is, juist door God was bedoeld om hen op weg te helpen, zodat ze uiteindelijk het verlangen zouden ontwikkelen, de Schepper zelf beter te leren kennen.

Geleend kapitaal

De wetenschap, of liever gezegd, de wens om te weten, is door God ingeschapen; de mens is van nature nieuwsgierig. Hij wil graag weten hoe de dingen in elkaar zitten en wat de diepere zin van het bestaan is. De eerste vraag is dus waarom de mens dat verlangen überhaupt heeft; waarom wil hij zo graag weten hóe het werkt maar vooral waaróm het zo werkt. Het antwoord op die vraag kan echter alleen maar in de God worden gevonden; Hij is het immers die dat verlangen in het hart van de mens heeft gelegd. De mens is het enige schepsel, dat het verlangen naar het hoe en waarom van de schepping heeft. De sleutel tot het begrip van de verlangen is, dat de mens in de zoektocht naar het bevredigen van dat verlangen automatisch bij God terechtkomt.

Het uitvinden van hoe het werkt, brengt automatisch de vraag naar het waarom naar boven. Als we dit gegeven goed tot ons laten doordringen, dan zien we de wetenschap als het ware de voorbereiding voor het geloof is en hoe de verhouding tussen wetenschap en geloof in elkaar steekt. Maar ook kunnen we dan zien, dat de wetenschap ten dienste staat van het geloof en dat de wetenschap dus niet op zichzelf kan staan, maar zonder het geloof in een soort uitzichtloos niemandsland blijft steken. Wetenschap zonder geloof is dood, omdat uiteindelijk het geloof in God het uiteindelijke doel is. Wat God aan de mens duidelijk wil maken, is het waarom van de schepping; de wetenschap geeft antwoord op het hoe. Dat impliceert dat de wetenschap alleen in het luchtledige blijft hangen. Als de hoe vraag niet overvloeit in het waarom, doet de wetenschap niet waartoe God ze heeft geschapen en is ze derhalve nutteloos. Mensen die onderzoek doen naar het ‘hoe het werkt’, raken vanzelf onder de indruk van de grootsheid van het geschapene. En als je onder de indruk raakt van de grootsheid van de schepping, ga je vanzelf de vraag stellen: met welk doel gebeurt dat? 

In de loop van de eeuwen voor onze tijd, heeft de mens gaandeweg de waarom-vraag los gelaten. Hoe dat komt, zal ik in een ander artikel uitleggen, want anders wijd ik teveel uit op zijsprongen; het heeft in elk geval alles te maken met de komst van Jezus Christus (zie vooral Romeinen 1, vanaf vers 20). Het loslaten van de ‘waarom-vraag’, heeft in elk geval het ontstaan van de atheïstische geest tot gevolg. Met als resultaat een toenemend aantal ongelovigen dat het ‘waarom’ van de schepping hartgrondig ontkent.

Een geamputeerd denken

De mens heeft in algemeen zichzelf de hoogste plaats toegekend, als het gaat om het begrijpen van het hoe en waarom van de schepping. Dat is het gevolg van een hartgesteldheid. Daardoor zijn ze terecht gekomen in een verwerpelijk of verduisterd denken. Hun denken is begrensd doordat ze het geloof, waar al het wetenschappelijk onderzoek naar verwijst, hebben uitgesloten. Het wetenschappelijk denken kent daarom nog maar één wereld en dat is de natuurlijke. De wereld van het geloof, van de verwondering en van verwachting, is geen onderdeel meer van het onderzoek. Het onderzoek wordt daarmee niet alleen geïsoleerd en dus beperkt, maar de nieuwsgierigheid en verwachting heeft geen anker meer. Het onderzoek raakt op drift en wordt metterdaad vreugdeloos; het leven verdwijnt. Men weet niet meer waartoe het alles leidt. De mens zonder uitzicht op God is de weg kwijt. Waar dat toe leidt, kunnen we lezen in Romeinen 3:10-12 (HSV) „zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één“.

De mens, die God de Schepper uit zijn denken heeft gebannen is ten dode opgeschreven. Dat uitbannen van het besef van de Schepper, is tegennatuurlijk; want zo heeft God de mens niet gemaakt. Het sterven van de mens is het gevolg van een keuze. Van de keuze om het leven zonder God te willen leiden. Maar dat leidt onherroepelijk tot de paradox dat de mens dan sterft. Het punt is, dat God de Bron van het Leven is. Als de mens dus voor zichzelf besluit om niet uit die Bron te drinken, maar z’n eigen bronnen wil aanboren, ontkent hij metterdaad het gegeven dat die bronnen helemaal niet bestaan. Je zou kunnen zeggen, dat de mens zichzelf tot God heeft gemaakt en die alleen maar tijd nodig heeft om te bewijzen dat ‘ie het ook daadwerkelijk is. Hoe misleid kun je zijn, vraag ik me af. 

Dit artikel is geplaatst op: 17 februari 2021

Jezus Christus heerst in Gods Koninkrijk

“… Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”.

Matthew 24:13-14 (NBG1951)

Abonneren?

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

u

Heeft u een vraag...

en/of een opmerking?

...neem dan contact op.

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken