Een actief geloof

Sinds de eerste komst van Christus is veel tijd verstreken. Inmiddels zijn we ruim tweeduizend jaar verder. Opvallend is dat de uitspraak van Jezus in Lukas 18 enkel maar in dat evangelie te vinden is. Opvallend, omdat deze uitspraak blijkbaar niet direct en in bijzonder voor de Joodse gelovigen is bedoeld. Het evangelie van Mattheüs is, zoals u wellicht weet, met name voor Joodse toehoorders geschreven, terwijl het evangelie van Lukas meer alle volkeren (overigens, inclusief Israël) op het oog heeft. Zie overigens de NB onderaan deze overdenking. 

Hét Geloof

„Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, ook wanneer Hij lang wacht om hen te hulp te komen? Ik zeg u dat Hij hun met spoed recht zal doen. Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?“ 

Luke 18:7-8 (HSV)

Bepaalde uitspraken van Jezus en gebeurtenissen zijn wel in het ene maar niet (of anders, beknopter of juist uitgebreider) in andere evangeliën opgetekend. Voor een compleet ‘beeld’ van het optreden van Jezus is een lezen van de evangeliën in ‘harmonie’ zeer geschikt. Sommige bijbelvertalingen geven deze harmonie aan in de opschriften waar die van toepassing is. Zie bijvoorbeeld de gedeelten in Mattheus 4:12; Markus 1:14-15; Lukas 4:14-15 en Johannes 4:43-45, die allemaal iets zeggen, maar wel op hun eigen manier, over de aankomst en eerste bediening van Jezus in Galilea.

Jezus komt in een periode die de volheid van de tijd wordt genoemd. Een kenmerk van die periode is dat de speciale status van het volk Israël ten einde loopt. De uitdrukking ‘volheid’ duidt er onder andere op, dat het doel waartoe Israël was geformeerd is bereikt. Het doel van Israël was het fundament te vormen voor de komt van Christus. Vanaf het onderwijs van Mozes in de woestijn, tot en met de profetie van de laatste profeet (Johannes de Doper!), was het volk (liever gezegd, het gelovige deel ervan) opgegroeid in kennis van de Schriften. Elke Israëliet wist zogezegd waar Abraham de mosterd haalde; ze kenden de belofte van de komende Koning-Messias, die heel het volk zou bevrijden uit slavernij. Het is juist die belofte die het hart vormde van het geloof van het ‘oude’ Israël. Met andere woorden: iedere oprechte Israëliet ‘geloofde’ in slechts één ding: de komst van de Koning/Messias, die uiteindelijk leidt tot bevrijding uit de slavernij.

Voor de overige volken gold dit niet. Want, alhoewel de belofte van de Koning/Messias uiteindelijk ook ten gunste van hun zou zijn, waren ze geen deelgenoot van de belofte; die was enkel aan Israël gedaan. Daarom is Jezus ook geboren als Jood en niet als Griek, bijvoorbeeld. Hieruit volgt, dat er sprake was van ‘geloof’ onder het volk Israël. Dat geloof kon niet worden gedeeld met de overige volken, want hun was de Belofte niet gegeven. Concluderend kunnen we op dit punt dus stellen, dat de Israëliet de mogelijkheid had te geloven en dat de ‘heiden’ aan dat geloof nog niet toe was gekomen.

Dit betekent echter ook, dat het karakter van het geloof voor de gelovige uit de overige volken anders is dan het geloof voor de oud-testamentische Israëliet. Op het moment, dat Israël gelooft in de komende Koning/Messias, kan de heiden nog nergens in geloven. Maar op het moment dat de Belofte aan Israël (eigenlijk: de vaderen van de gelovigen uit Israël; Abraham, Izaak en Jacob) vervuld is: Jezus Christus ís gekomen!, is het geloof van de Israëliet overbodig geworden, namelijk het geloof in de komende Koning/Messias. Immers, geloof verliest z’n waarde als hetgeen waar dat geloof zich naar uitstrekt, is gerealiseerd. Dan rest slechts deelhebben aan de realiteit, die op dat moment dus geen toekomst meer is.

Daarom noemt de Schrift de periode waarin de komst of realisatie van de Belofte, de Koning/Messias voor Israël, plaatsvindt, de volheid van de tijd. De status van het volk Israël als drager van de belofte is dus vanaf dit moment veranderd, want de Belofte is vervuld. En dit is dus ook het moment dat elk volk daarvan de vrucht kan plukken. Israël, dat de Belofte had gekregen en de overige volken, die de Belofte niet hadden gekregen, kunnen zich nu gezamenlijk in de vrucht verheugen. En dat is nu het karakter van het ‘nieuwe’ geloof, dat voor ieder mens geldt, mits die zich achter de Belofte, die eens alléén aan Israël was geven, maar nu geldt voor iedereen. Niemand kan nog geloven in de Belofte, want die is gerealiseerd. Ook Israël zelf niet. De enige manier om toch nog een Belofte voor Israël te laten gelden, is door het karakter van de Belofte te veranderen. Maar dat is natuurlijk onmogelijk en dus neem je jezelf alleen maar in de maling, als je beweert, dat de Belofte van de komst van de Koning/Messias, Jezus Christus, voor Israël nog steeds geldt. Je negeert dan de realiteit.

De uitverkorenen

Velen denken bij ‘de uitverkorenen’ in de uitspraak van Jezus, aan (een deel van) Israël. Maar omdat juist Lukas deze uitspraak citeert en niet Mattheüs, denk ik dat met ‘de uitverkorenen’ gelovigen uit alle volken zijn bedoeld en dus niet speciaal of enkel uit Israël. Het geloof waarvan hier dus sprake is, betreft niet de ‘komst van de Koning/Messias’ maar het geloof in de vrucht die het gevolg is van de komst van de Koning/Messias. Een vrucht die voor elke gelovige uit elk volk, dus óók Israël, kan gelden.

Er is echter intussen naar de tijd gerekend een enorme afstand ontstaan tussen het moment dat Jezus Zijn uitspraak deed en degenen die vandaag de dag ‘geloven’. En dat heeft het karakter van het geloof alsnog weer veranderd. Verwachtte men onder het oude verbond de Koning/Messias; tweeduizend jaar later is men opnieuw naar de komst van de Koning/Messias gaan uitzien. Het geloof heeft zich ‘vernatuurlijkt’. Oftewel: men is gaandeweg steeds meer gaan zien wat voor ogen is. De onderwijzing van de Geest, die de komst van de Koning/Messias in een zogenoemde vrucht van de Geest uitwerkt, is op de achtergrond geraakt. Daardoor is de kwaliteit van het geloof achteruit gegaan en is het ‘geloof’ in onze tijd niet veel meer dan een aanname die men niet laat betwisten.

De betekenis van ‘geloven’ in het Grieks is: actief vertrouwen. Kon men ‘geloof’ onder het oude verbond herkennen aan wat men deed; onder het nieuwe verbond kun je ‘geloof’ herkennen aan wat het uitwerkt. De gelovige onder het oude verbond handelde; de gelovige onder het nieuwe verbond handelt zelf niet, maar vertrouwt op Degene die Zijn werk IN hem doet. Dat is actief vertrouwen. Het geloof onder het oude verbond was altijd gerelateerd aan het nauwkeurig handelen conform de wet. Het geloof onder het nieuwe verbond is daarentegen gerelateerd aan het feit, dat de gelovige niet meer handelt, maar tot rust is gekomen van al het werken in eigen kracht.

De gemiddelde gelovige in onze dagen is dus teruggekeerd naar een geloof dat hoort bij het naleven van de wet. Daarmee stellen zij zich op één lijn met het oudtestamentische Israël van vóór de komst van Christus. De situatie van de Kerk is dezelfde als die van het oude Israël: ze leven in de verwachting. En dat niet van het Zoonschap, maar van de komst (de tweede komst in dit geval) van Christus als Koning/Messias. Pas daarna verwacht men de realisatie van het Koninkrijk van God. Let wel: op aarde!

Het geloof waar Christus over spreekt, is echter van een totaal ander gehalte. Sinds de uitstorting van de Heilige Geest op alle vlees, worden de eenvoudigen van geest en de treurenden van hart ingeleid in het Koninkrijk van God, dat juist voor hen bestemd is. Daar groeien zij, zich aan de Waarheid in Christus vasthoudende, op naar het beeld van God, dat zich als eerste in Christus heeft geopenbaard. Degene die actief het vertrouwen stelt op de kracht en autoriteit van Christus, Die zijn plaats op de troon van God heeft ingenomen, ontwikkelt naar de inwendige mens tot die zoon van God, die uiteindelijk samen met de Ene en ware Zoon van God, Jezus Christus, aan het einde van onze tijd, zal worden geopenbaard. Het Koninkrijk van God is reeds tweeduizend jaar bezig zich te ontwikkelen in volle kracht én in de onzienlijke wereld. Vandaar het Koninkrijk van God en tegelijkertijd het Koninkrijk der Hemelen.

Het geloof is essentieel voor het dagelijks leven. Naar de uitwendige (natuurlijke) mens is de gelovige nog steeds die treurende van hart, want hij lijdt, net als alle andere mensen, aan de wet van de vergankelijkheid die nog altijd heerst. Maar naar de inwendige mens verheugt hij zich op het werk dat de Heilige Geest in hem is begonnen en dat Hij tot het einde (want dan is het gereed) zal voortzetten. Dát is het geloof dat sinds Christus binnen het bereik is gekomen van iedereen die zijn of haar vertrouwen op Christus stelt (= actief gelooft) en dus niet meer vertrouwt op eigen kracht. De christen die op deze wijze zijn leven leidt, is een waarlijke getuige van Christus. Hij straalt dezelfde rust en zekerheid uit als Christus uitstraalde toen Deze nog op aarde was. En waarom is dat? Omdat Christus, door Zijn Geest, in hem woont. Deze gelovige is als iemand die zijn levenshuis heeft gebouwd op de Rots: er is geen storm die het aan het wankelen kan brengen. En juist die standvastigheid is hetgeen dat in de wereld opvalt. 

Verschillende evangeliën? 

NB: Het onderscheid tussen de evangeliën dat ik in tussen hanteer, is als volgt: 

Het evangelie naar Mattheüs richt zich met name op lezers, die bekend zijn met het Joods/Christelijk religieuze (traditioneel of op de wet gerichte) denken. Zij worden vooral door de vele verwijzingen naar – en getuigenissen vanuit de Schrift geàppelleerd.

Het evangelie naar Markus richt zich met name op lezers zonder enige religieuze achtergrond of kennis van het evangelie. Vandaar de weinige wonderen en tekenen en het minimaal aantal verwijzingen en het enigszins feitelijke en beknopte relaas.

Het evangelie van Lucas is naar mijn mening een evangelie (samen met het boek Handelingen) dat vooral degenen zal aanspreken, die in hun hart al een keuze hebben gemaakt voor Jezus Christus en zich nu verder willen ontwikkelen. Zij hebben begrepen dat het evangelie van Jezus Christus voor alle mensen is bedoeld. De eerste kennismaking met het evangelie is dus óf via Mattheus óf via Markus. Een en ander afhankelijk van de achtergrond.

Het evangelie naar Johannes is inhoudelijk het meest geestelijke evangelie van de vier. Het is met name bedoeld voor de lezers, die zich als het ware op het derde niveau bevinden. Vele geestelijke achtergronden en principes die samenhangen met de bediening van Jezus Christus in relatie tot het Koninkrijk van God of het Koninkrijk der hemelen, worden in het evangelie van Johannes uitgelegd.

Velen veronderstellen vandaag de dag dat de ene evangelist bij de andere leentjebuur heeft gespeeld. Ik denk echter dat dit niet zo is, maar dat de verschillen te herleiden zijn tot dat wat een evangelist over een bepaalde gebeurtenis wil zeggen en hoe hij dat verwoordt. Dat verklaart onder andere het feit, dat Mattheüs spreekt over het Koninkrijk der Hemelen en de anderen over het Koninkrijk Gods. Het gaat hier echter over een en hetzelfde Koninkrijk. Waarom maakten de evangelisten dat onderscheid dan wel. De reden is het publiek dat ze voor ogen hadden bij het schrijven van hun evangelie. Mattheus legde de nadruk op het onzichtbare karakter van het Koninkrijk, want de Joden dachten dat Israël zelf uiteindelijk het Koninkrijk van God was. Had Mattheus dus gesproken had over het Koninkrijk Gods, dan had dat, later in elk geval, ongetwijfeld tot veel misverstanden geleid. De andere evangelisten hadden dat ‘probleem’ niet omdat er geen heiden was, die kon veronderstellen, dat ‘zijn’ volk equivalent kon zijn aan het Koninkrijk van God. Overigens is het vandaag de dag des te opvallender dat er vele gelovigen zijn, die denken dat het Koninkrijk van God in een toekomst alsnog in het Midden Oosten wordt opgericht of zelfs hersteld. Het misverstand is dus alsnog aanwezig.

Jezus Christus heerst in Gods Koninkrijk

“… Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn”.

Matthew 24:13-14 (NBG1951)

Abonneren?

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

u

Heeft u een vraag...

en/of een opmerking?

...neem dan contact op.

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken