Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.

Colossenzen 1:15 (HSV)

Alles dat op deze website wordt geschreven (en is geschreven) heeft in feite één onderwerp: Het Koninkrijk van God. In dit artikel wil ik een moment stilstaan bij de Koning van dat Koninkrijk. Het Koninkrijk van God is een situatie of status, zo u wilt, waarin niet God het voor het zeggen heeft, maar wel door Hem is gewild. God is de Architect en de Bedenker van dat Koninkrijk, maar Hij is er niet de Koning van. Het heeft te maken met het karakter van God. Hij wordt volmaakt verheerlijkt als de schepping functioneert zoals Hij bedoeld heeft. En dat is een schepping die zich, als het ware vrijwillig, heeft onderworpen aan de Koning die God heeft aangesteld. 

Als de Schepper uiteindelijk het ultieme doel van Zijn creatie bekend maakt, spreekt Hij in Genesis 1:26 (HSV): „En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!“ Mensen die gemaakt zijn naar Zijn beeld en in Zijn gelijkenis, zouden we kunnen we zien als het fundament of beginsel van het Koninkrijk dat God voor ogen heeft. God is dan de creator van dat Koninkrijk, die met genoegen ziet hoe Zijn plan gestalte krijgt en in eeuwigheid in volkomen vrijheid functioneert.

De meeste gelovigen die de eerste hoofdstukken in Genesis overdenken, komen tot de conclusie dat van dat oorspronkelijke plan van God – de realisatie van het Koninkrijk – tot nu toe niet veel terecht is gekomen. De Bijbel, zelf, ziet dat echter geheel anders. Als we onze tekst lezen, zien we dat Jezus „de Eerstgeborene is van heel de schepping“. Wat betekent dat? Het betekent, dat de hele historie van de schepping, de vervulling van het woord, dat uitgesproken werd in Genesis 1:26 tot doel heeft gehad. Vandaar dat Christus de Eerstgeborene wordt genoemd. Heel de geschiedenis; Adam en Eva in de hof in Eden; de overtreding; de zondvloed; de oprichting van Israël; de exodus en de terugkeer van het volk, kunnen we zien als onderdelen van de voorbereiding voor de komst van de Eerstgeborene. Met andere woorden: met Hem neemt de schepping Gods pas een aanvang. Alles daarvoor was ‘slechts’ de inleiding tot het ultieme doel: de oprichting van het eeuwige Koninkrijk van God. Want:  

  • Colossenzen 1:16 (HSV) … door (letterlijk: in) Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door (om reden van) Hem en voor Hem geschapen.

Christus is de reden waarom er überhaupt iets is geschapen. Een schepping zonder de mens, die in het beeld en naar de gelijkenis van God is geschapen, heeft geen bestaansgrond. Het geeft ons een indruk van de prioriteit die Christus heeft ten opzichte van de ‘rest’ van heel de schepping. Zoals 1 Corinthiërs 8:6 (NBG1951) het zegt: „voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem“.  Het vertelt ons tevens, dat er buiten Hem geen leven is. Het erkennen van Jezus als de grond van alles dat bestaat is objectief van levensbelang. Het aannemen van Hem als Heiland en Redder is niet slechts een alternatief, waar je wel of niet op in kunt gaan, maar de enige manier om te kunnen ingaan in het leven dat God uiteindelijk heeft bedoeld:

  • Colossenzen 1:17 (HSV) En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

Buiten Hem is geen eeuwig – door God bedoeld – leven mogelijk. Er is geen keuze, tenzij je niet-kiezen ook als een mogelijkheid ziet. Punt is, dat als je Hem niet aanneemt als Gods Eerstgeborene, je dan blijft hangen in de ’tijd van de voorbereidingen’. Maar aan de tijd van voorbereidingen komt vanzelfsprekend een einde als er niets meer valt voor te bereiden. De tijd van voorbereidingen is tijdelijk; daarna neemt de tijd van de eeuwigheid het over. Dat betekent dat er sinds de komst van Christus en tot nu toe, twee tijden elkaar overlappen. Aan de ene kant is de tijd van voorbereidingen nog altijd aanwezig; aan de andere kant heeft de tijd van de eeuwigheid sinds de komst van Jezus een aanvang genomen. Wat we echter kunnen zien, is dat de tijd van voorbereidingen afneemt en de tijd van de eeuwigheid toeneemt; het Koninkrijk van God is reeds aanwezig, maar nog niet geheel volgroeid. Dat is de grond waarom de tijd van voorbereidingen  nog steeds functioneert. De reden dáárvoor is weer de genade van God: „De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen2 Petrus 3:9 (HSV). Petrus heeft het hier echter niet over alle mensen, gelovig en ongelovig, maar over hen die – ook nog in toekomst – deel gaan uitmaken van het Lichaam of de Gemeente van Christus. Sinds de komst van Jezus Christus in het vlees, wordt het Evangelie van het Koninkrijk verkondigd aan de mensheid en krijgen zij de gelegenheid om deel uit te maken van dat Koninkrijk. Hier blijkt dat zowel Petrus als Jacobus, maar ook God zelf, geen rekening meer houden met dat wat aan het voorbij gaan is. Sinds de Eerstgeborene er is, zijn alle ogen alleen nog gericht op Hem en dat wat Hij vertegenwoordigt: de komende en volkomen realisatie van het Koninkrijk van God onder heerschappij van Christus en zij die zich onder Zijn vleugels hebben verzameld.

Die verkondiging is echter nog niet ten einde want nog steeds zijn er mensen (geboren en niet geboren), die het goede nieuws moeten horen. Vandaar dat ook Jacobus de gelovigen, die reeds in het Koninkrijk van God zijn ingegaan, aanmoedigt om geduld te hebben: „Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen isJacobus 5:7-11 (NBG1951). Tijdens de overlap in tijden, heeft de Heer een plek gereserveerd voor de gelovigen waar ze kunnen verblijven tot het moment, waarop de overlap in tijden ten einde is. In het beeld van God als landman zou je kunnen zeggen: „tot het moment waarop de kostelijke vrucht des lands rijp is“. Die plek is het Lichaam van Christus, de Gemeente, die zich reeds in de geestelijke wereld bevindt:

  • Colossenzen 1:18 (HSV) En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

In het Lichaam, de Gemeente, worden alle gelovigen opgenomen, die, onderwezen door Gods Geest zelf, hun vertrouwen stellen op de Eerstgeborene: „En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefdeEphese 4:16 (NBG1951). Daar krijgen zij deel aan de volheid die in God is. De volgorde is als volgt: In Christus woont de volheid van God, Christus is het hoofd van Zijn Gemeente, de gelovigen maken deel uit van dat lichaam en dus hebben zijn deel aan de volheid van God. Zie ook het artikel: „Het Woord van Jezus“ waarin het gaat over de wijze waarop de toehoorders van Jezus, door te volharden in Zijn woorden, deel krijgen aan de kracht en Geest die in Hem is:

  • Colossenzen 1:19 (HSV) Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou, 

Degenen die volharden in de tijd van de voorbereidingen, dreigen dus ten onder te gaan, wanneer die tijd ten einde loopt. Het is daarom dat Jezus nu werkt via Zijn lichaam, de Gemeente. Hij is zelf niet concreet zichtbaar op aarde, maar Zijn nog levende discipelen zijn dat wel. En het zijn die gelovigen, die een levend getuigenis afleggen, door werk en daad, van hetgeen Christus in hen uitwerkt. Dat is wat Jezus bedoelt als Hij zegt: „Gij zult Mijn getuigen zijn“. Met andere woorden: nu is het niet Christus zelf, die het Koninkrijk van God verkondigt, maar zijn het Zijn discipelen, die daarvan getuigenis afleggen. En dat niet door wat ze zeggen of spreken, maar door wie ze zijn. We mogen dus niet de Kerk verwarren met de onzichtbare Gemeente van Christus, want de Kerk legt alleen maar van zichzelf getuigenis af. En dat getuigenis is niet altijd positief en heeft zeker geen eeuwigheidswaarde. Het getuigenis van de Gemeente is echter net zo levend en krachtig als zou Christus zelf, dat hoogstpersoonlijk afleggen.

Het doel van het getuigenis is dat uiteindelijk alle dingen met God verzoend worden. Met andere woorden: het is de laatste fase in het plan van God om de tijd van voorbereidingen af te sluiten, zodat het voor heel de schepping komt tot tijden van verfrissing in het Koninkrijk van God: 

  • Colossenzen 1:20 (HSV) en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn.

Het begin van de God gewilde schepping ligt dus niet in Genesis, maar in de komst van de Eerstgeborene. Dat begin wordt echter wel al aangekondigd – de oplettende lezer merkt op dat er sprake is van ‘maken’ in Genesis 1:26. Met andere woorden, er wordt een fundament gelegd (zie Genesis 1:28) en daarna is het een kwestie van uitwerking: het proces van maken. We zien dan ook, dat de geboorte van Christus niet een oplossing van een probleem betreft, maar het resultaat is van een bewuste scheppingsdaad van de Schepper; ondanks het daarna ontstane probleem van de zonde, dat vervolgens, als een blok aan het been, alle bewegingen van Gods Geest tracht te dwarsbomen. Het feit dat de Eerstgeborene inmiddels realiteit is geworden, bewijst dat dit dwarsbomen niet succesvol is geweest.

Q

Neem contact op met de beheerder

U kunt onderstaand formulier gebruiken voor uw vraag, opmerking, correctie of aanvulling. Als uw bericht een specifiek artikel betreft, vergeet dit dan niet te vermelden. Indien u persoonlijk antwoord wilt ontvangen, geeft u dan u e-mailadres op. Uw bericht wordt dan niet op de website behandeld.
NB: Uw e-mailadres wordt niet door mij bewaard en ALLEEN gebruikt als u een persoonlijk antwoord wenst. Uw vraag/opmerking komt alleen bij mij terecht.

Neem contact met me op

Wilt U reageren op dit artikel?

Als u een reactie wilt geven of een gesprek wilt starten over wat u in dit artikel heeft gelezen, dan vraag ik u een account aan te maken en in te loggen.

Heeft u reeds een account dan kunt u hieronder inloggen. Geen account? Hier kunt u registeren.

Voordat u een account aanmaakt ....

Het account is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen te reageren op artikelen. Dit is een service aan mijn lezers. Ik ga er derhalve vanuit, dat áls u een account aanmaakt, u óók reageert op een artikel.

Iedere bezoeker kan een account aanmaken. Maar aan ‘werkeloze’ abonnee’s heb ik geen behoefte. Een dergelijk ‘stille’ abonnee zal dan ook, meestal na 48 uur, van mijn website worden verwijderd. Als u binnen 48 uur een reactie schrijft op een artikel, zal uw account uiteraard niet meer worden verwijderd, tenzij u daarom verzoekt of uzelf via uw admin-paneel verwijdert.

Ik ben op zoek naar zinvolle en constructieve reacties en niet naar potentiële spammers.

Q

Login voor reacties en gesprekken